Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘Job Cohen’

door Bas Heijne  in De Standaard op  maandag 12 maart 2012

Nadat blogger en commentator Andrew Breitbart vorige week op het trottoir van een dure wijk in Los Angeles was bezweken aan een hartaanval, werd hij door nagenoeg alle Republikeinse presidentskandidaten de hemel in geprezen. Santorum: ‘Een groot verlies.’ Romney: ‘Een onverschrokken conservatief.’ Gingrich: ‘De meest vernieuwende pionier op het gebied van conservatief activisme in de Amerikaanse sociale media.’

Zijn erfenis? Breitbart, die stierf op zijn drieënveertigste, stond aan de wieg van The Huffington Post, had een column in The Washington Times, bezat verschillende websites. Hij was vooral bekend als politieke schreeuwlelijk. Hij speelde de hoofdrol in schandaaltjes: het was Breitbart die de foto’s lekte waarop Congreslid Anthony Weiner zijn stijve toonde, hij was het die beelden manipuleerde waarop een zwarte vrouwelijke ambtenaar racisme ten opzichte van blanken leek te prediken. Weiner moest aftreden, de vrouw raakte haar baan kwijt. Op het web vind je fragmenten waarin hij zijn tegenstanders luidkeels voor rotte vis uitmaakt. Wie het waagde hem tegen te spreken, was een ‘despicable human being’. Breitbart genoot er zichtbaar van. Het bleek niet goed voor zijn hart.

Wat bewoog hem? Op zijn websites gaat het vooral om een oneindige stroom verdachtmakingen richting alles wat progressief of Democraat heet te zijn. Iedere dag opnieuw wordt Obama ontmaskerd. Beschuldigingen, insinuaties – en zo nu en dan een heksenjacht. Het is voortdurend aanvallend spel, zonder dat een persoonlijke inzet zichtbaar wordt – het vernietigen van de tegenstander lijkt een doel op zich.

In een in memoriam werd Breitbart beschreven als ‘half entertainer, half politiek activist’. Op zijn Wiki-pagina wordt hijzelf geciteerd: ‘I’m committed to the destruction of the old media guard. And it’s a very good business model.’ Volgens een journalist van The New York Times voorzag hij in de onstilbare behoefte van de media aan ‘materiaal’. Er was, kortom, altijd wat.

Half entertainer – misschien is dat wel de meest verrassende tendens van de afgelopen jaren, dat maatschappelijke kwesties en vooral de politiek zelf tot een vorm van vermaak zijn geworden. De verwachting was anders: cultuurpessimisten vreesden altijd dat de hedonistische mens zich van de wereld zou afkeren en zich met louter trivia zou bezighouden – niet dat hij de wereld zelf zou trivialiseren. Nog niet zo lang geleden waagde een politicus zich af en toe – dat wil zeggen, tegen verkiezingstijd – in het domein van de populaire media, waarin hij dan meestal een beetje onhandig populair ging doen. Een laatste echo daarvan zagen we toen Job Cohen vorig jaar in een middagprogramma voor bijna-bejaarden de polonaise deed.

Das war einmal. De kandidaten voor het partijleiderschap van de PvdA werden de afgelopen weken voortdurend op televisie aangesproken – op hun vermogen om met de populaire media om te gaan. Wanneer je niet eens bestand bent tegen Matthijs, hoorde ik steeds, dan gaat het je tegen Wilders ook niet lukken.

Het is die nieuwe orde waarin de politicus Cohen ten onder ging. Ik vermoed dat voor de onlangs overleden Anil Ramdas hetzelfde gold. Waar hij, denk ik, niet tegen kon, was niet zozeer dat zijn opponenten in het integratiedebat er een andere mening op nahielden, maar dat ze een heel ander spel leken te spelen. Dat was het spel waarin een man als Breitbart zich juist zo bedreven toonde – prikken, honen, half serieus, maar vooral hyperbolisch.

Ramdas nam die handschoen op; hij ging terugschelden tegen mensen die het woord intellectueel alleen gebruiken in combinatie met quasi-. Met als resultaat dat hij in een naargeestige maalstroom van beledigingen terechtkwam – veel reacties onder zijn columns op de site van het Vlaams-Nederlandse culturele instituut ‘De Buren’ waren onbeschaamd racistisch. Het is een strijd die je niet kunt winnen – omdat voor je tegenstanders de strijd zélf het genot is.

Maar de Breitbarts van deze wereld – winnen die? Van zeer aanwezige mensen wordt na hun dood gezegd dat zij een leegte achterlaten. In het geval van Breitbart klinken die woorden akelig wrang. Een hoop lawaai en woede, zonder betekenis. 

REACTIE – zie ook De Standaard   

Op 12 maart 2012, zei Jerry Mager:

Lawaai en woede, zonder betekenis; sound and fury, signifying nothing. Macbeth en Faulkner, natuurlijk. Hier vooral Faulkner, omdat de desintegratie van de Compson familie parallel aan vooral de traumatische mentale dekolonisatie van de Zuidelijke staten van de USA, bij mij associaties oproept met wat er momenteel volop in de VS aan de hand lijkt. Niet alleen in de media in de USA, ook in de Nederlandse rukt de hersenloze hufterigheid onder de dekmantel van vrije pers en nieuwsgaring onstuimig op. BH refereert aan Anil Ramdas, maar recentelijk gebeurde rondom een columniste van een politiek praatprogramma iets dergelijks toen zij de ‘methode’ van het soort ‘journalisten’ dat BH beschrijft in haar column aan de kaak stelde. Rel geboren! Zij viel de vrije pers aan! In de polder was de wereld te klein en stond op zijn kop tegelijk.

De reacties van Santorum, Romney en Gingrich op de dood van Breitbart laten zich voor mij een op een vergelijken met de mening van Nederlandse politici die ik heb gezien en gehoord toen hen werd gevraagd wat zij vonden van de rel rond de journalist en de columniste: niemand zei dat hij/zij vond dat die ‘journalist’ zich voortaan moest gedragen of anders ophoepelen met zijn zinledige paljasserij, die hij onder het mom van vrije nieuwsgaring uitleeft. Ben je niet gediend van stompzinnigheid, dan heb je in de moderne politiek dus niets te zoeken. Verraderlijk vind ik het dubbele dat aan dit verschijnsel kleeft en dat wel degelijk de kwaliteit van democratie ondergraaft, omdat het stellen van ècht indringende vragen geënt op dieper gravend onderzoek en analyse van politiek-saillante verbanden, verdwijnt ten faveure van een quasie-gebeuren dat heet te staan voor de vrijheid van meningsuiting en nieuwsgaring, maar dat een wonderlijke inhoudloze amusements- en sensatiepers belichaamt.

Prangende ad rem vragen die politici echt zouden doen zweten vanwege de politiek-diplomatieke lading en bestuurlijke draagwijdte, die worden juist niét gesteld. Dus resistentie tegen journalistieke hufterigheid – die volgens mij steeds meer en vaker journalistiek onvermogen en gebrek aan intellectuele bagage moet maskeren – prevaleert meer en meer boven inhoudelijk politieke bekwaamheden en kwaliteit. Gevolg: uitgerekend diegenen die je juist niet als volksvertegenwoordiger zou moeten willen hebben, juist die elementen komen in deze atmosfeer bovendrijven en achter de knoppen van alles en nog wat te zitten. De complementaire hufters. Inhoud wordt ondergeschikt en opgeofferd aan het journalistiek hufterproof-zijn. Wie zijn er meest hufteroproof ? Volgens mij zijn vooral de grootste hufters dat het meeste. De hufters lijken op alle fronten te winnen, maar wij burgers krijgen de rekening gepresenteerd.

Een recent voorbeeld van politiek en journalistiek verzaken: de Nederlandse Volksvertegenwoordigers gingen zonder al te veel tegenstand akkoord met de verhoging van de griffierechten  (onder het mom van besparingen!), waardoor het beginsel van gelijke toegang tot de rechtsmiddelen  in gevaar komt. Rechters protesteerden in de media. Natuurlijk.Verweer van de burger tegen de overheid en het bestuur wordt hierdoor immers gefrustreerd en submiddelmatige bestuurders die vanwege een politieke partij op lucratieve postjes worden geplakt, zijn moeilijker via de rechter aan te pakken op hun feilen, omdat de kosten daaraan verbonden prohibitief hoog zijn. Hierover zou de pers me dunkt een rel van hier tot Tokio moeten schoppen. Quod non. Vermoedelijk niet amusant genoeg. Totdat je er zelf mee van doen krijgt natuurlijk. Maar dan is het te laat.

Ik heb over dit onderwerp in de Nederlandse media niets opzienbarends gehoord of gezien, terwijl dit toch een rel van jewelste behoorde op te leveren. Verhoog daarentegen de benzineprijs en de kranten staan dagenlang bol van oproepen de vermetele bewindspersoon te stenigen en te kielhalen. Omgekeerd wil menigeen een minister die de maximumsenlheid verhoogt op bepaalde wegtrajecten meteen maar Minister van Staat maken en haar diepste zieleroerselen over van alles en nog wat weten. Plus dat zij olijke foto’s krijgt, natuurlijk. Deze pernicieuze tendens van steeds opdringeriger en almaar nietszeggender hufterigheid onder de dekmantel van democratische vrije pers, bevoordeelt dus zowel de nitwit pseudo-journalist als zijn complementaire tegenspelers. Beiden produceren in collusie een kwalijk soort ‘vermaak’ dat ons allen geen steek verder helpt – en wat mij betreft bovendien op geen enkele amusements- of vermaakswaarde kan bogen. Not amusing at all.

Read Full Post »