Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘Jerry Mager’

tax-evasion-70

Belasting ontwijking op de manieren en de op de schaal zoals in de Panamapapers weer eens uit de doeken wordt gedaan, is slecht nieuws. Daarom staat het op de voorpagina’s. U kunt het bij Gabriel Zucman nog eens dunnetjes, maar gedocumenteerd beredeneerd, nalezen in zijn recente boek ‘Belastingparadijzen’.

Geen overheid kan financieel-fiscale misdrijven voorkomen. Sterker nog: menige overheid lijkt inmiddels financiële misdrijven te faciliteren.

Het beklemmendste aan de laatste onthullingen middels de Panama-papers is dat ze voor de meesten van ons geen verrassingen meer in petto hebben. Wij verwachten niet anders meer. Een eerlijke bankier of politicus bestaat al lang niet meer, maar het lijkt buiten ons om te gaan en allemaal op een andere planeet te gebeuren.

In het manifest van Jan Alleman (John Doe) staat onder het kopje ‘Politieke lafheid’ onder andere dat

‘Jennifer Shasky Calvery, het hoofd van de dienst voor de bestrijding van financiële misdrijven van het ministerie van financiën in de VS recent haar aftreden heeft aangekondigd om aan de slag te gaan bij de HSBC, één van de beruchtste banken ter wereld.’

Het manifest van Jan Alleman (het lek, of een van de lekken, van de Panamapapers) is in het Engels te lezen op de site van de Süddeutsche Zeitung en in Nederlandse vertaling door Hans Moerbeek in de Trouw van vandaag (7/5/2016).

Jan Alleman/John Doe begint zijn manifest met het aan de kaak stellen van de groeiende inkomensongelijkheid wereldwijd. Dat er rijke mensen zijn, is van alle tijden en dat de een rijker is dan de ander is niet per definitie verkeerd. Maar de plotselinge explosieve toename van die inkomensongelijkheid is de moeite van een nadere analyse waard. Wat veroorzaakt de groeiende inkomensongelijkheid, welke tot nu toe onderbelichte factoren liggen ten grondslag aan de wonderbaarlijke vermenigvuldigingen van vele vermogens? Heeft het nog iets te maken met economische activiteiten zoals wij die kennen? Met dingen maken, verkopen en kopen? Zijn er andere ‘dingen’ op het toneel verschenen waarover wij (de door ons gekozen overheden) intussen geen zeggenschap meer hebben? Leven wij tegenwoordig in parallelle werelden?

Jan Alleman laat er geen misverstand over bestaan. Het draait om financiële producten in de ruimste zin des woords en het antwoord luidt volgens hem: ‘[E]en enorme, alomtegenwoordige corruptie. En het is geen toeval dat het antwoord afkomstig is van een juridisch advieskantoor. Mossack Fonseca was meer dan alleen een radertje in de machine van vermogensbeheer en heeft zijn invloed gedurende tientallen jaren aangewend om overal ter wereld in het belang van criminelen wetteksten te formuleren en wetten om te buigen. ‘

Jan Alleman lijkt tegen beter weten in te geloven in een keer ten goede van deze naargeestige ontwikkeling. Zo laat zich zijn slotbetoog tenminste lezen.

Jan Alleman gelooft dat de openbaarmaking van de ondermijnende praktijken uiteindelijk de wal zal zijn die het schip keert. Informatie achterhouden en onderdrukken zal de mondiale machthebbers en de geglobaliseerde establishments niet tot in eeuwigheid van dagen lukken: ‘Toentertijd was er militaire macht nodig om het volk weer onder bedwang te krijgen. Nu is het beperken van informatie net zo effectief, of misschien nog wel effectiever, aangezien de handeling vaak onzichtbaar is. We leven echter in een tijd van goedkope, onbeperkte digitale opslagruimte en snelle internetverbindingen die landsgrenzen overschrijden. Er is niet veel voor nodig om te begrijpen dat de volgende revolutie – van het begin tot het einde, van de eerste letter tot aan een wereldwijde berichtgeving door de media – een digitale zal zijn.’

Jan Alleman stelt echter vast dat de rot en kanker in het merg van het systeem zijn doorgedrongen: ‘[W]anneer er een informant nodig is om alarm te slaan, zouden we ons allemaal nog veel meer zorgen moeten maken. Dat is namelijk een signaal dat alle middelen om ervoor te zorgen dat de macht in de samenleving eerlijk verdeeld blijft, hebben gefaald, dat het defect tot in de kern van het systeem is doorgedrongen en dat ernstige instabiliteit wel heel dichtbij komt. Dit is dus de tijd om in actie te komen, en dat begint met het stellen van de juiste vragen.’

De enige juiste vraag lijkt momenteel: hoeveel moet er worden weggesneden en geamputeerd en is dat nog mogelijk zonder dat de patiënt de geest geeft?

* * *

De revolutie al een digitale zijn’ in Trouw, za. 07.05.2016

John Doe’s Manifesto’ in het Engels. Op de site van de Süddeutsche Zeitung

Jerry Mager: ‘Belastingparadijs Panama ligt in Luxemburg & Zwitserland ….’

Financial Crimes Enforcement Network Director Calvery to Depart

 

HSBC-70prct

 

 

 

 

 

Advertisements

Read Full Post »

Net als Cort voelt Rutte tijdgeest aan, beweert
Hans Goslinga in TROUW 29/09/13, 08:00

“NRC Handelsblad publiceert vandaag de uitslag van een enquête naar wie de beste premier van het land was sinds 1900. Ik heb Cort van der Linden bovenaan gezet, omdat hij met zijn doorbraken scherp aanvoelde dat de tijd rijp was voor een volwaardige democratie, waarin ook arbeiders, kleine luyden en vrouwen een stem kregen en de pluriformiteit van opvattingen werd erkend. In dit perspectief gaf de voor visieloos versleten Rutte eveneens blijk van gevoel voor de geest van de tijd: ‘Het land is verder dan de politiek. De mensen regelen zelf al wat ze samen, onafhankelijk van de overheid, kunnen regelen’. “

jerry mager reageert30/09/13

Cort v.d. L.. zou zich in zijn graf omdraaien indien hij zou weten hoe zijn “liberaal” inmidels wordt gebruikt door de huidige club die zich onder die vlag afficheert. Het liberaal van Cort is natuurlijk niet gelijk aan het liberaal van Rutte c.s.. Net zo min als dat met sociaal-democraten het geval is. Dus voor Willem Drees geldt hetzelfde als voor C.v.d.L.. Indien Drees zou meemaken hoe Samsom en Asscher – om de twee laatste PvdA-voorlieden maar bij de kop te pakken – zich manifesteren onder PvdA-banier dan zou de brave man een toeval krijgen.
De tijdgeest die Rutte vlgs Goslinga feilloos aanvoelt, is dezelfde waarin een ‘verkiezing van de beste premier’ op touw wordt gezet: de tijdgeest van ‘The Voice’ en van ‘Big Brother’ dus. Bij die tijdgeest passen personen als Rutte, Samsom, Wilders en de rest, perfect op het politieke pluche. Ook HG voelt de tijdgeest feilloos aan blijkens het feit dat hij aan het circus meedeed. Positief punt: ook HG stemde op een dode premier.

Johan_de_Witt_(1625-1675),_Grand_Pensionary_of_Holland, 30 procent  . jpg

Read Full Post »

door Jerry Mager
gepost op vrijdag, 28 juni 2013

“Yet we might interpret the implications of Weber’s work in quite a different fashion. The core of capitalist spirit was not so much its ethic of denial as its motivational urgency, shorn of the traditional frameworks which had connected striving with morality.”
Anthony Giddens (1994:70): Living in a Post-Traditional Society

“Das Problem des Vertrauens besteht nämlich darin, daβ die Zukunft sehr viel mehr Möglichkeiten enthält, als in der Gegenwart aktualisiert und damit in die Vergangenheit
überführt werden können. ( ) Die Zukunft überfordert das Vergegenwärtigungspotential des Menschen. Und doch muβ der Mensch in der Gegenwart mit einer solchen, stets überkomplexen Zukunft leben. ( ) Diese Leistung ist unvertragbar. ( ) Vertrauen ist eine der Möglichkeiten, sie zu erbringen.“
Niklas Luhmann (1968:10): Vertrauen.

“In risk issues, no one is an expert, or everyone is an expert, because the experts presume what they are supposed to make possible and produce: cultural acceptance.”
Ulrich Beck (1994:9): The Reinvention of Politics

“The universality of capitalism resides in the fact that capitalism is not a name for a ‘civilization,’ for a specific cultural-symbolic world, but the name for a neutral economico-symbolic machine which operates with Asian values as well as with others, so that Europe’s world wide triumph is its defeat, self-obliteration, the cutting of the umbilical link to Europe.”
Slavoj Žižek (2009:318): The Parallax View

Naar een dienstbaar en stabiel bankwezen” luidt de titel van het rapport dat de Commissie Structuur Nederlandse Banken onder leiding van oud-Rabobanktopman Herman Wijffels vandaag (vrijdag, 28 juni 2013) presenteert aan de Nederlandse politiek.

Voor iedereen die de narigheid in de financiële sector de afgelopen periode enigszins gevolgd heeft, is dit rapport vooral een verhaal van de bekende open deuren. Hiermee bedoel ik geenszins een diskwalificatie. Voornaamste oogmerk en functie van het rapport lijkt te zijn: Nederlandse politici een legitimatie bieden om met name de Nederlandse hypotheekregelingen en de vastgoedmarkt grondig op de schop te nemen: kijk eens mensen, het moet nu eenmaal gebeuren, het is niet onze schuld. In dit rapport van bijna 50 pagina’s leggen de experst nogeens haarfijn uit waarom het zo dringend nodig is dat onze hypotheekrenteaftrekregelingen grondige herziening behoeven. Misschien kunnen in de bancaire biotoop niet vaak genoeg open deuren worden ingetrapt. Dat bankiers, toezichthouders, lobbyisten, politici en dergelijke lieden, nodig te drogen moeten worden gehangen en op de tocht gezet, hebben de gepasseerde crises me dunkt keer op bewezen, benadrukt en onderstreept.
Enige saillante punten en passages die mij in het rapport opvielen stip ik hier kort aan. Ik verwijs hierbij naar de pdf-versie die op internet is te lezen en van het web gedownload kan worden.

dagobert_duck_0391 - 40 procent afbeeld

Verlies van vertrouwen

Curieus dat de opdracht aan “de banken” om ons vertrouwen te herwinnen als laatste wordt genoemd van de elf aanbevelingen die commissie Wijffels op pagina 11-12 doet.
Publiek vertrouwen vestigen, bestendigen, koesteren, uitbouwen en nimmer beschamen, zou het vanzelfsprekende mission statement van banken dienen te zijn. Het opkalefateren van hetgeen er nu nog rest aan rudimentair vertrouwen in bankiers c.s., is vanzelfsprekend de eerste opdracht die bankiers, toezichthouders, politici, rating agencies, lobbyisten en al die andere personen die in de financiële biotoop grasduinen, zich hevig, dringend en urgent moeten aantrekken. Daarom dat punt 11 vooraan moet staan en niet als spuit elf en hekkensluiter fungeren.
Uit de samenvatting op pagina 7: “De aanleiding voor dit onderzoek is dat de banken in de afgelopen jaren onvoldoende dienstbaar en stabiel zijn geweest. (… ) Tijdens de crisis bleken verschillende banken in Nederland omvangrijke staatssteun nodig te hebben. Daardoor is een vertrouwensbreuk ontstaan tussen de maatschappij en de banken. Dit is ernstig omdat banken essentiële functies voor de economie vervullen.
De oorzaak van de vertrouwensbreuk leggen bij het feit dat banken omvangrijke staatssteun nodig hadden om niet om te vallen, is inmiddels een bekende en treurige move. Zoiets in de trant van: er stak een harde wind op en toen dreigden de banken dus om te vallen. Zomaar en zonder dat ook maar iemand er iets aan zou hebben kunnen doen. Aan de oorzaken van de laatste financiële crisis wordt min of meer voorbijgegaan, terwijl het precies de oorzaken van die crisis zijn (i.e. incompetente, verzakende, bankiers en toezichthouders!), die voor eroderend publiek vertrouwen in de bankwereld zorgen.
Het consequent spreken over “de banken” vind ik bijna net zo sneu. Banken zijn immers reïficaties, concepten die verstoffelijkt worden, maar het blijven desniettemin abstracte begrippen. Banken graaien niet naar bonussen bovenop hun toch al onwerkelijke salarissen. Banken doen niets. Het zijn de piepeltjes die de banken bevolken die het hem doen. Deze personen als “de banken” benoemen, houdt ze anoniem en amorf, zij krijgen geen gezicht, het zijn onzijdige geslachtloze wezens, net zo ongrijpbaar als “de vergrijzing” en “de klimaatverandering”.

Banken dienen het verloren vertrouwen te herwinnen door te laten zien dat zij er zijn voor de klant en dat zij de belangen van de maatschappij in het oog houden.(… ) Het impliciete sociaal contract, dat van oudsher geldt tussen banken en de maatschappij, dient te worden herbevestigd. Dit contract houdt in dat de overheid de banken beschermt tegen irrationeel gedrag van klanten (bankruns) en tijdelijke liquiditeitstekorten. In ruil hiervoor verwacht de maatschappij van banken dat zij hun rol in de economie vervullen,hun cliënten adequaat bedienen en veilig opereren.” (p. 17)
Banken kunnen geen vertrouwen winnen, en bankruns typeren als irrationeel gedrag van klanten, vind ik vrij kwalijk. De schuld ligt wederom niet bij de blunderende bankiers en tukkende toezichthouders, maar bij ons, het irrationele publiek. Waarom willen mensen hun geld terug van een bank? Dat willen mensen omdat ze de boel niet vertrouwen. Is dat irrationeel? Als er geen reden voor dat wantrouwen zou zijn, ja dan wel. Echter, het recente verleden en de huidige gang van zaken laten ons onverbloemd en keihard zien dat het juist irrationeel zou zijn om zoals – ooit en heel lang geleden – een onbegrensd vertrouwen in banken (en de bankiers!) te blijven stellen. Dus “het impliciete sociaal contract” tussen banken en de burgers geldt niet langer als vanzelfsprekend. Dus “herbevestigen” van dat sociaal contract (zie hierna) kan helemaal niet, want iets wat er niet (meer) is, kan niet herbevestigd worden. Dat vertrouwen moet van de grond af worden opgebouwd. De bankiers c.s. lijken nog niet erg enthousiast om daaraan mee te werken. Zij hebben de smaak van slapende-rijk-worden inmiddels flink te pakken. Om ze daarvan te laten afkicken, zijn veel sterkere middelen nodig dan rapporten berstensvol omzwachteld taalgebruik.

– “afwikkeling” (zie o.a. pagina 11,15,21,24,26)
Het woord “afwikkeling” is een voorbeeld van zo’n eufemisme dat verantwoordelijkheidvervagend en -verstuivend werkt.

– “gestuurd door het marktmechanisme” (pagina 7,17) vind ik een weinig geruststellende woordcombinatie, waaruit blijkt dat marktfundamentalisme en marktfetisjisme diep in de haarvaten is doorgedrongen en bij velen neuronaal ingesleten.

p. 17: “De commissie beveelt aan dat banken het sociaal contract herbevestigen door hun visie op de rol die zij in de samenleving vervullen te expliciteren in een maatschappelijk statuut en daarover de publieke dialoog aan te gaan. Hierin kunnen banken gezamenlijk aan de maatschappij verklaren wat zij zullen doen om te zorgen dat zij dienstbaar en stabiel zullen zijn. De functie van een dergelijk document is dat het kan helpen waarborgen dat banken in de juiste geest handelen, iets dat met alleen maar meer regelgeving niet te bereiken is. Banken kunnen daarin uiteenzetten hoe zij hun rol in de allocatie van kapitaal ten dienste van de Nederlandse economie zullen invullen en daarover het maatschappelijk debat voeren.” (p. 17)
Gooi dat maar in m’n pet. Natuurlijk is regelgeving alleen, hoe uitgewerkt en gedetailleerd ook, niet werkbaar. Maar, zou het werkelijk helpen ons vertrouwen in de bankiers (“banken” zijn reïficaties die afstand scheppen en verantwoordelijkheden verstuiven ) opnieuw te vestigen, wanneer die bankiers ons vertellen “wat zij zullen doen om te zorgen dat zij dienstbaar en stabiel zullen zijn” ? Ik waag dat te betwijfelen.
Onze pensioenen worden nog steeds gekort vanwege de rotzooi die deze bankiers ervan hebben gemaakt. In feite betekenen pensioenkortingen dat het loon waartegen wij destijds onze arbeid leverden, met terugwerkende kracht wordt afgewaardeerd, verlaagd. Wij kunnen daar helemaal niets tegen doen. Wat voor mooie frases de directeur van het ABP mij ook voorschotelt om mij de onvermijdelijkheid van deze diefstal (herstructurering en korting zijn een ordinaire, platte, eufismen) te laten inzien, mijn rancune jegens de veroorzakers van de ellende wordt er niet minder op. Integendeel. Zij denken blijkbaar dat ik hun verbale verlakkerij voor zoete koek slik!

De koninklijke weg naar verbetering van de stabiliteit van banken is versterking van de kapitaalpositie teneinde de afstand tot faillissement (distance to default) te vergroten.” (p. 8) Helemaal niet. De koninkelijke weg is het werk te laten doen door betrouwbare en competente professionals en niet door hebzuchtige sukkelaars die van toeten nog blazen weten en alleen zijn geïnteresseerd in hun bonussen en remuneraties.
Daarnaast stel je toezichthouders aan die niet zitten te slapen en die ook verstand van zaken hebben. Want hoezeer je de kapitaalposities van banken ook versterkt, tegen domheid is geen kruid gewassen, om van kwaadwillige hebzucht en moedwillig maatschappelijk vandalisme maar te zwijgen.

Banken die deposito’s aantrekken dienen excessieve risico’s te vermijden. Om dit te bereiken zijn internationaal voorstellen gedaan om het depositobedrijf af te schermen van bepaalde risicovolle activiteiten en daardoor de stabiliteit te vergroten.” (p. 24) Dit verwijst naar The Glass-Steagall Act uit 1933, die voorzag in de scheiding tussen de commercial banks en de investment banks.

Verreweg het belangrijkste vind ik opmerkingen als: “14. Bestaande eisen voor het deskundigheid en betrouwbaarheid van bestuurders en commissarissen worden omgevormd tot een meeromvattende geschiktheidstoets. Toelichting: Voor commissarissen geldt voortaan ook een deskundigheidseis (voorheen behoefden commissarissen alleen deskundig te zijn voorwat betreft de bedrijfsvoering). Naast op integriteit, kennis, vaardigheden,worden bestuurders en commissarissen ook beoordeeld op bestuurlijke enleidinggevende vaardigheden, professioneel gedrag en toegevoegde waarde(geschiktheidstoets).(p.36) Natuurlijk, het klinkt nobel en rechtschapen, maar we moeten eerst maar eens afwachten en zien, en dan nogmaals ZIEN, wat hiervan in de praktijk allemaal terechtkomt. Het overzicht in Bijlage 6 (pp. 42-44) is degelijk, al zou ik de Dodd–Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act (2010) en prominenter plek gunnen dan in de voetnoet 25 op pagina 42. Juist omdat hij door politici, bankiers en beleidmakers grotendeels genegeerd lijkt worden.

Dagobert Duck hates everybody - 40 procent afmeting

John Lanchester over de financiële biotoop en zijn bevolking, in the London Review of Books

“The lack of trust simply withdraws activities. It reduces the range of possibilities for rational action. ( ) It prevents, above all, capital investment under conditions of uncertainty and risk. ( ) Through lack of trust a system may lose size; it may even shrink below a critical threshold necessary for its own reproduction at a certain level of development.”
Niklas Luhmann (1988:104): Familiarity, Confidence, Trust: Problems and Alternatives

“During the credit crunch, the conditional aspect of Libor became overpoweringly apparent, since the salient fact about the interbank market was that banks were refusing to lend money among themselves. That, in essence, was what the credit crunch was: banks being too scared to lend to each other.”
John Lanchester: Are we having fun yet?

Spannender dan dit rapport van de Commissie Wijffels (hoewel: alle uitingen in de goede richting zijn meegenomen) leest het artikel van John Lanchester in The London Review of Books – 2013 no. 13 04 juli: Are we having fun yet? ….. on the banks’ barely believable behaviour.
Lanchester legt de vinger nadrukkelijk op de zere plek: de mieze (morele) kwaliteit van degenen die met ons geld omspringen. Het artikel in LRoB is vrij toegankelijk. Ik selecteer er enkele passages uit.

“As anyone who’s been there recently can testify, the blame in Spain falls mainly on the banks – as it does in Ireland, in Greece, in the US, and pretty much everywhere else too. Here in the UK, feelings were nicely summed up by the Parliamentary Commission on Banking Standards, which reported on 19 June that ‘the public have a sense that advantage has been taken of them, that bankers have received huge rewards, that some of those rewards have not been properly earned, and in some cases have been obtained through dishonesty, and that these huge rewards are excessive, bearing little or no relation to the work done.’
The report eye-catchingly called for senior bankers to face jail.
In the midst of this cacophony of largely justified accusations, the banks have had a strange kind of good fortune: the noise is now so loud that it’s become hard to hear specific complaints of wrongdoing. That’s lucky for them, because there’s one particular scandal which really deserves to stand out. The scandal I have in mind is that of mis-sold payment protection insurance (PPI). The banks are additionally lucky in that there’s something inherently unsexy about the whole idea of PPI, from the numbing acronym to the fact that the whole idea of a scandal about insurance payments seems inherently dreary and low-scale. But if there hadn’t been so much other lurid wrongdoing in the world of finance, and if mis-sold payment protection insurance had a sexier name, PPI would stand out as the biggest scandal in the history of British banking.

This is a big claim to make: an especially big claim to make at the moment, when bank scandals come around with a regularity which in almost any other context would be soothing. Here’s a short recap of some of the greatest hits of the noughties. Just to keep things simple, I’m going to leave out the biggest of them all, the grotesque toxic-asset and derivative spree which took the global financial system to the edge of the abyss. That was the precursor and proximate cause of the difficulties which are affecting the entire Western world at the moment, but the causal mechanisms connecting the initial crisis and our current predicament are a separate subject.
The crisis and its consequences are too big to count as a scandal: they’re more like a climate. We can all agree that we’d prefer a different climate. We can all agree that we have no idea when this one will change.
( … )
The trouble with this thinking is that it missed out the fundamental fact about banking: that it is based on trust – on credit in more than just the economic sense. Trust is the banks’ most important intangible asset: if it were lacking, none of us would ever use them for anything, ever. In a sense, trust is what banks do. In a capitalist economy, companies make money by supplying needs or wants: we pay for things knowing that some of that money is profit for the businesses involved, and are in general content to do so, because we know that’s how the system works. Companies align themselves with our interests and make money in the process.
( … )
Banks are perfectly placed to make money by aligning themselves with their customers’ interests. That process is baked into what they do: they align themselves with us by taking our deposits and looking after them safely, and they align themselves with us by lending us money to buy things and houses and keep the economy running. Their business is our interests. Or should be. But the PPI scandal showed a fundamental breach in that alignment between them and us. The other scandals of recent years are variations on the theme of banks breaking rules and making mistakes. This, though, wasn’t a mistake or a rule-breach, or rather it was, but the main thing about it was an order of magnitude more important. PPI was about banks breaking trust by exploiting their customers, not accidentally, but as a matter of deliberate and sustained policy. They sold policies which they knew did not serve the ends they were supposed to serve and in doing so treated their customers purely as an extractive resource. That is why, uncharismatic as it sounds and dreary in many of its specifics as it is, PPI is the worst scandal in the history of British banking: the one that shows just how badly wrong the industry had gone, and just how fundamentally it violated what should have been its basic values. No wonder that there’s been what the Parliamentary Commission on Banking Standards, in the very first sentence of its 571-page report, calls ‘a profound loss of trust born of profound lapses in banking standards’. PPI is the final proof that our banks became rotten.”

Dit is toch andere koek dan het wat omzichtige – zeker naar de bankiers toe – proza van het rapport Wijffels. Bij het opstellen en expliciet maken van hun waardenkompas dat als basis voor een vernieuwd “sociaal contract” moet dienen, kunnen de financiële Finocchio’s en Pipo’s echter naar hartelust uit het rapport van Wijffels c.s. putten. Ook dit is een positief punt dat Wijffels c.s. wat mij betreft zetten.

* * *

luister- & leestips

Een onderhoudend en overzichtelijk betoog over de Kredietcrisis is dat van de historicus Maarten van Rossem op vier CD’s die in 2012 zijn uitgebracht door de Home Academy onder de titel “Kapitalisme“.

Ulrich Beck, in: Ulrich Beck, Anthony Giddens and Scott Lash (eds) (1994/1988): Reflexive Modernization. Politics Tradition and Aesthetics in the modern Social Order / Cambridge, Oxford UK: Polity Press.

Anthony Giddens, in: Ulrich Beck, Anthony Giddens and Scott Lash (eds) (1994/1988): Reflexive Modernization. Politics Tradition and Aesthetics in the modern Social Order / Cambridge, Oxford UK: Polity Press.

Niklas Luhmann (1968): Vertrauen. Ein Mechanismus der Reduktion sozialer Komplexität / Stuttgart: Ferdinand Enke

Niklas Luhmann, in Diego Gambetta (editor) (1988:94-108): Trust: making and breaking of cooperative relations / New York, Oxford: Blackwell

Read Full Post »

door professor Dr. Gert Peersman. Universiteit Gent. Financiële economie.
De Standaard, dinsdag 22 januari 2013

# ingekort, zie DS voor full text

Het is verbijsterend om het sociale overleg te volgen. Alsof de tijd een halve eeuw heeft stilgestaan. Bij vakbonden gaat het alleen over het status-quo van sociale verworvenheden en (gemiste) hogere lonen boven op de index. Werkgevers zijn geen haar beter. Via een goed uitgekiende lobby- en mediacampagne hebben ze de mantra van te hoge loonkosten tot voornaamste staatsprioriteit verheven. En dan is er de alsmaar terugkerende hete aardappel arbeiders-bedienden. Spontaan denk ik dan: zet die plaat toch af! We leven in de eenentwintigste eeuw. ( …………………. )
Denken dat je dit met besparingen in de overheidsuitgaven of vermogensbelastingen kan opvangen, is wereldvreemd. Hoe je het ook draait of keert, we zullen allemaal langer moeten werken indien we in de toekomst nog een menswaardige sociale zekerheid willen hebben. Logisch. Sinds 1925 is de wettelijke pensioenleeftijd 65 jaar. Met een gemiddelde levensverwachting van 58 jaar, was men toen bij de pensionering statistisch al overleden. Onze levensverwachting is ondertussen al ruim 80 jaar, terwijl de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd amper 59 jaar bedraagt. Het ligt voor de hand dat ons loopbaanmodel onhoudbaar is geworden. Langere loopbanen zijn de sleutel voor zowel het vrijwaren van de sociale zekerheid als de competitiviteit van bedrijven. ( ……………. )
Wanneer ik lezingen geef over de vergrijzingsproblematiek is de eensgezindheid bij alle aanwezigen opvallend. Iedereen beseft dat een ander arbeidsmarktmodel noodzakelijk is, en dat langer werken daarbij cruciaal is. Iedereen, behalve de sociale partners blijkbaar. Zij gedragen zich zoals het orkest van de Titanic door te discussiëren over de lonen en verworvenheden van een beperkte groep werkenden, terwijl het schip aan het zinken is. ( …………. )

# voor full text zie De Standaard#

Op 22 januari 2013, zei Jerry Mager:

Gert Peersman heeft vanzelfsprekend en objectief gelijk. Alleen, waarom ons nu het mes op de keel zetten en de Titanic als een roestige oude koe uit de oceaan gevist? Straks krijgen we dit zelfde riedeltje over onze fossiele brandstoffen. Daarvan kan iedereen op zijn klompen aanvoelen dat die ooit op raken. We kunnen – als we dat tenminste werkelijk willen – berekenen hoe lang nog. Geen politieker die ervan gewaagt. Integendeel: nóg groter vliegtuigen bouwen, voor nonsens-doeleinden en flutvakanties. Langer werken, okay, mits niet elke job je door de strot wordt geduwd met die Titanic-dreiging in je nek. Dát is wat mij altijd dwars maakt: de meeste mensen zijn heus redelijk en tamelijk genereus is mijn ervaring, maar ga ons niet chanteren en koejoneren. Laat de politiekers nou eens werkelijk lange termijn visie ventileren. Ook als het op het eerste gezicht impopulaire ingrepen betekent! Waarom toch altijd eerst de nood (onnodig) aan de man laten komen!? En dan schijnheilig zeggen: eigen schuld!

Op 23 januari 2013 zei Jerry Mager:

Het gebruik van de Titanic door GP kan leerzaam zijn en niet louter als leuke metafoor fungeren, wanneer u bijvoorbeeld op de site van The London Review of Books koekeloert, in het recente review-essay van Thomas Laqueur (vrij toegankelijk): ‘Why name a ship after a defeated race?’ Veel, zo niet alle, dommigheden die keer op keer worden begaan en steeds herhaald, staan hier aanschouwelijk opgesomd. Denk bijvoorbeeld aan de Titanic-achtige Euro-zone-constructie. Kennis van goede literatuur (ook fictie!) en geschiedenis blijkt steeds opnieuw noodzaak! Peuter dat echter politiekers en andere neanderthalers (de uitzondering bevestigt altijd de regel) maar aan het garnalenverstand. De vergrijzing wordt ons nu liefst als een ‘tsunami’ (een onvoorziene natuurramp, net als ‘de’ financiële crisis en ‘de’ recessie) gepresenteerd. Ongelooflijk eigenlijk. Voor hoe dom ‘ze’ ons durven verslijten.

Op 24 januari 2013, zei Jerry Mager:

Frappant om te constateren dat het stuk van Peersman sterk in dezelfde geest geschreven is als het artikel van John Lanchaster (‘The shit we’re in’) in de London Review of Books van 03.01: we zitten in hetzelfde schuitje (i.e. de Titanic) en moeten allemaal inleveren. Richard Drayton legt in de LRB 24.01 opnieuw uit (hij is niet de eerste) dat Besparingen e.d. vooral dienen om de transfer van publieke diensten en goederen naar private ondernemingen te rechtvaardigen. Wij krijgen het mes op onze keel: het kan nu eenmaal niet anders, het is slikken of stikken. Dit proces is al 33 jaar aan de gang en wordt nu versneld: ‘The price of austerity will be a long-term decline in the standard of living of the majority of the population’ en resulteert in: ‘transferring wealth from the poor and middle classes to the richest.’ Zo bezien, aldus Drayton: ‘a powerful minority might consider this success rather than ‘failure’.’

Read Full Post »

Hendrik Vos in de Standaard van maandag 17 december 2012

De euro bestaat nog!(Maar de eurocrisis ook)

De euro zit al enkele maanden in rustiger vaarwater. Toch opletten met de euforie, zegt HENDRIK VOS, want de crisis houdt aan. Vooral de sociale ellende blijft groot. Het zal niet eenvoudig zijn om op een duurzame manier uit de narigheid te raken.

Het was een vrolijke week voor Europa. Europees president Herman Van Rompuy en Commissievoorzitter José Manuel Barroso haalden hun Nobelprijs op in Oslo, voor Griekenland werd vers geld vrijgemaakt en de ministers van Financiën vonden een akkoord over het bankentoezicht. De Europese leiders rondden de week af in opperbeste stemming. Voor het eerst sinds lang verliep een top over de euro niet in crisissfeer.

*   Zie de Standaard voor full text   *

Op 17 december 2012, zei Jerry Mager:

Een wapperend stuk van meneer Vos; hij fladdert alle kanten uit, behalve de goede. Curieus. Zeker wanneer je bijvoorbeeld Van Istendael net achter de kiezen hebt. Het enige wat de euro dobberende houdt, is het gewiekste op eigenbelang gebaseerde inzicht van de boys van Goldman Sachs en hun trawanten: dat ze de melkkoe – die wij met ons allen zijn – niet moeten slachten of laten verhongeren, want dan kunnen ze haar niet meer uitmelken. Dáárom houden Monti, Draghi en wie ze inmiddels erbij hebben gehuurd de brak vlottende. Met Berlusconi hebben ze vast een deal gesloten: jij speelt de boeman (pas op! als jullie niet naar Monti c.s. luisteren, dan komt Silvio terug ) en krijgt van ons strafvermindering of zelfs algehele absolutie. Intussen wordt er een armetierige cynische show opgevoerd waarvoor zelfs de Nobelprijs er met de haren bijgesleept wordt. Brrr … , wat een schlemielige slapstick, een doodsaaie draak, door overbetaalde, derderangs, schmierende, amechtige, amateurs opgevoerd.

Read Full Post »

door Stiene Deboer

In De Standaard van zaterdag 13 oktober 2012 laten Hendrik Vos en Bart Beirlant hun licht over dit “ heugelijke feit” schijnen. Het is en blijft verbazingwekkend hoe een discours dat eenmaal marcheert en regelmatig wordt ingehamerd door de media, op den duur bijna alle gate keepers en opinieleiders qualitate qua, doet meelopen en blijkbaar hun kritische faculteiten op sterk water zetten.
Jerry Mager belicht de dingen van een andere kant.

Hendrik Vos – Hoogleraar Europese studies (UGent) – schrijft:

Sinds gisteren levert ook de Europese Unie officieel een bijdrage tot de wereldvrede. Na Moeder Teresa, Nelson Mandela en Barack Obama trekt straks de Europese Unie naar Oslo om de medaille te ontvangen. Ze zullen daar een groot podium moeten voorzien, want protocollair gesproken staat Herman Van Rompuy weliswaar op één, maar de voorzitters van de Europese Commissie en het Parlement willen op dit historisch moment vast graag mee op de foto.

Misschien komt de Nobelprijs net daarom op een goed moment, als een soort wake-upcall. Het is geen slecht idee om eens in de verf te zetten dat Europese integratie begon als een verzoening tussen aartsvijanden. Dat het in essentie méér is dan een economisch project. Dat de ambitie ruimer moet zijn dan begrotingsdiscipline afdwingen, en dat stabiliteit ook vraagt om sociale gerechtigheid.

(ingekorte versie, zie De Standaard voor full text)

* * * * *

Op 14 oktober 2012, zei Jerry Mager hierop:
Toen het project Europa op de rol werd gezet, waren de omstandigheden totaal verschillend dan ze nu zijn. Tegenwoordig maken ongrijpbare maar machtige financiële markten en invloedrijke anonieme rating agencies de dienst uit. Daarom kun je vandaag de dag niet serieus stellen dat Europa méér is dan een economisch project. Dat is anachronistisch om niet te zeggen: totaal wereldvreemd. Europa is niets ánders dan een economisch project. Dat krijgen we ieder uur ingewreven, en zoals het er nu aan toe gaat is het een flop en een farce. Democratie wordt meer en meer tot nominale schaamlap: de meeste burgers willen geen eurozone in de huidige vorm, maar het wordt ons aangesmeerd op dezelfde manier als de rommelhypotheken werden verkocht. Ik begrijp best dat die Noren en Zweden dolblij zijn dat ze buiten de eurozone zijn gebleven, en ik gun ze hun onbekommerde vrijheid van harte, maar om ons dat op deze wijze in te wrijven vind ik zacht gezegd wrang, zelfs ongepast.

# # # # #

Bart Beirlant – redacteur De Standaard – schrijft:

Het nieuws dat de Nobelprijs voor de Vrede dit jaar naar de EU gaat, lokte snel cynische tweets en reacties op. Samengevat kwamen ze hierop neer: ‘Hadden ze daar in Noorwegen echt niemand anders meer om hun prijs aan te geven?’
De toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede mag dan al oververdiend zijn, ze onderstreept tegelijkertijd hoe existentieel de crisis is waarin de EU zich bevindt. Het is omdat de patiënt zwaar ziek is, dat hij vanuit Noorwegen een injectie van sympathie en bemoediging krijgt. ‘Dit is een boodschap aan Europa, opdat het er alles aan zou doen wat in zijn macht ligt om zijn realisaties te behouden en vooruit te gaan’, verklaarde het Nobelprijscomité in zijn toelichting.
Jean Monnet, een van de oprichters van het Europese project, verklaarde ooit dat crisissen de beste impuls waren om de eenmaking vooruit te stuwen. Dat wordt niet makkelijk nu steeds meer staats- en regeringsleiders ervan overtuigd lijken te zijn dat ze de nationale belangen van hun land beter kunnen dienen ten koste van Europa, in plaats van via een sterkere unie.

(ingekorte versie – Zie De Standaard voor de full text)

* * * * *

Op 14 oktober 2012, zei Jerry Mager hierop:

Ja ja, zeker: ‘Dit is een boodschap aan Europa, opdat het er alles aan zou doen wat in zijn macht ligt om zijn realisaties te behouden en vooruit te gaan’, verklaarde het Nobelprijscomité in zijn toelichting.’ Dit doet me denken aan de woorden van het Orakel van Delphi op de vraag van koning Croesus wat er zou gebeuren wanneer hij Perzië aanviel. De Pythia antwoordde dat hij dan een groot rijk zou vernietigen. Croesus viel aan en hij werd verpletterd. De profetie kwam uit.
Jean Monnet zou destijds bij een unie niet eerst aan geld, dan aan geld en vervolgens aan geld gedacht hebben, vermoed ik zo. Nu gaat het om een giga-monetaire operatie, die ons wordt verkocht als een ideeël project. Dat marcheerde dus van aanvang aan niet en gaat nooit marcheren ook.
Laat ons de woorden van dit orakel daarom correct interpreteren en ‘reculeren’ nu we nog de kracht hebben om daarna ‘mieux’ te ‘sauteren.’ Als we eenmaal zijn leeggebloed en gedemoraliseerd, dan zijn de rapen pas echt gaar.

Read Full Post »

Bas Heijne in De Standaard van maandag 10 september 2012

licht ingekorte versie

Twee jaar geleden, aan de vooravond van de vorige verkiezingen, ontlokte Geert Wilders tijdens het Carré-debat hoongelach aan de zaal, omdat hij ongeacht de vraag steevast over massa-immigratie begon. In de peilingen stond hij op achttien zetels. Hij haalde er vierentwintig.

Afgelopen dinsdag, tijdens het Carré-debat aan de vooravond van de komende verkiezingen, was er opnieuw hoon vanaf de tribune. Dit keer omdat Wilders in elk antwoord over Europa begon; ook toen de zorg het onderwerp was, ging hij unverfroren los over de miljarden voor de Grieken. In de peilingen staat hij op achttien zetels.
Wilders zelf is ervan overtuigd dat de geschiedenis zich zal herhalen. Zijn kiezers vergeven hem de schandalen, de stommiteiten, het gesjoemel en het gesodemieter, omdat de emotie die hij exploiteert springlevend is: waarom hier bezuinigen, terwijl er miljarden naar de Grieken gaan?
In het Jeugdjournaal afgelopen donderdag onthulde Wilders zijn ideologische bronnen: als kind was hij gek op de smurfen. Eigenlijk nog steeds: hij was pas nog naar de bioscoopfilm over de blauwe ventjes met hun witte mutsjes geweest.
De huidige europaranoia verschilt in weinig van de islamparanoia van de afgelopen jaren.

Hybris
Paranoia is altijd leerzaam. Het idee van een samenzwering voedt zich met het geriefelijke gevoel dat je zelf niet verantwoordelijk bent, dus ook schuldeloos – het zijn de anderen, de elite, die je erin geluisd hebben. De crisis in Europa is veel meer dan een economische crisis, het is een geloofscrisis. De problemen met de euro zijn niet alleen het gevolg van economische overreach — omdat je iets zo graag wilt, veronderstel je dat het ook kan — ook van humanistische hybris. Er wordt een onderlinge solidariteit verwacht die er niet is, die er nooit geweest is. We wilden het te graag.

Dat is een pijnlijke les — en fervente Europeanen als Guy Verhofstadt, die weigeren die te leren (‘Europa zal federaal zijn, of het zal niet zijn’), verdienen onze scepsis. Maar de populistische mantra luidt nu — net als in het geval van de massa-immigratie — dat het afgedwongen is. Alles is de afgelopen decennia gebeurd ‘zonder dat we erom gevraagd hebben’. Jarenlang werd tevergeefs geprobeerd belangstelling van de kiezer te wekken voor Europa, er werden Europacongressen, Europafestivals en Europabraderieën georganiseerd. Ze riepen geen emotie op — geen grote bevlogenheid, maar ook geen noemenswaardige kritiek. Dat had te denken moeten geven, maar niemand had zin erover na te denken.

Iedereen, dat is de harde waarheid, vond het wel best. Geert Wilders stemde voor de euro. Wanneer je zelf van je geloof valt, moet je niet doen alsof anderen je dat geloof hebben opgedrongen.

Misschien wordt Wilders dit keer electoraal afgesmurft. Feit blijft dat de eurocrisis een identiteitscrisis heeft blootgelegd, die veel breder is dan de paranoia van Wilders. Dit dwingt je ook je eigen geloof tegen het licht te houden. Nederland is allang niet meer denkbaar zonder Europa. Wen er aan. Maar ook: Europa is niet langer denkbaar zonder een idee van Nederland. Ook dat is wennen.

REACTIES

Op 10 september 2012, zei Jerry Mager:

Het curieuze is dat we aan de ene kant als individualisten worden bejegend – ieder haar Burgerservicenummer bijvoorbeeld, en de overheid als producent van marktbare diensten; winner takes all, etcetera – terwijl we anderzijds worden aangesproken op onze solidariteitsgevoelens als het om de euro gaat. Bizar en arrogant! Ik wil de gewone Griek en Spanjaard en Ier best helpen, maar dan NIET via banken en overheden; noch de hunne, noch de onze. Ik ben zeker solidair, maar niet met de politieke managers en bankiers die mij bedotten en besjoemelen en mij bovendien ook nog eens Europa door de neus boren door hun gestuntel en onprofessionele narcistische megalomane optredens. Met de scheppers van de smurfen is het als familie heel triest afgelopen, weet ik van personen die ooit deel uitmaakten van de miljarden business die rondom de blauwe wezentjes ontstond. Wij lopen als burger van Europa keer op keer politieke blauwtjes. Hopen dat het ons niet net zo vergaat als die sneue smurfbedenkers.

Op 10 september 2012, zei Peter W. in reactie:

Eén punt is alvast duidelijk: Geert Wilders is een platte populist/windhaan die stemmen zoekt waar hij ze hoopt te vinden. De EU heeft zeker een probleem wat perceptie betreft bij de ingezetenen van de (oude) lidstaten. Een niet onbelangrijke oorzaak is de manier waarop onze nationale regeringen zich achter de EU verschuilen om onsympathieke maatregelen te verkopen aan de bevolking en anderzijds steevast de EU(-financiering) ‘vergeten’ bij de aankondiging van positieve projecten. Ik ga hier geen lofzang afsteken, maar wil toch aanmoedigen om de facts & figures te volgen vooraleer een zoveelste sneer uit te delen die gegarandeerd op veel bijval zal rekenen (vooral van diegenen die amper weten waar de EU voor staat). Ik wens Wilders veel succes mocht hij er ooit in slagen om NL uit de EU te lichten: de Hollanders zullen bvb. nog veel kaas moeten eten eens ze die nauwelijks nog zullen kunnen exporteren en Antwerpen zal hem dankbaar zijn met de verschrompeling van R’dam als haven.

Het zijn onze nationale bestuurders die de blaam verdienen. Zij wisten heel goed wat voor rampzalige beslissing ze namen door landen als Griekenland toe te laten tot de euro. Zéér goed zelfs; ze gingen daarmee in tegen hun eigen spelregels. Minister Reynders (B) sprak uit de biecht door dat ook zo onomwonden toe te geven. Maar ja, wij hadden toe dhr. Dehaene als ‘bekwame stuurman’ die de problemen liever oploste wanneer ze zich zouden stellen. Dat heeft met de EU zelf niet veel vandoen; des te meer met het democratisch manco in de lidstaten. Want hebben we niet allemaal de mogelijkheid (gehad) om dat soort onzinnigheden af te blokken? Of beter: af te laten blokken door onze democratisch verkozen bestuurders? Op dat punt hebben we in EU een machtspositie zéér ver boven ons gewicht (vetorecht). Het is m.i. vooral zaak om onze politieke ‘honden’ aan de leiband te leggen en hen te verbieden om eigenmachtig te freewheelen in de EU. Want als het misloopt zijn zij het natuurlijk nooit geweest

Op 10 september 2012 reageert Jerry Mager:

Peter W., u mag gelijk hebben met uw wijzende vinger naar onze bestuurders en uw kwalificaties van Wilders, maar …… Wie houdt die mensen op het pluche, helpt hen aan de macht? Dat zijn al die kiezers die steeds weer op dezelfde piepeltjes stemmen, of ze nu Reynders heten, Dehaene, Rutte, Verhofstadt, Buma, Roemer, Cameron, Merkel, Hollande en de rest, inclusief de Griekse griezels. Zij zijn de lui die per betaalde staatsauto van betaald hotel naar betaald diner rijden. Hun wedden zijn geïndexeerd, hun pensioen en wachtgeld zijn solide, waardevast en veilig. Voor hen is Europa iets heel anders dan voor u en mij: de smurfen, de muppets. Daar zijn die lui allemaal gek op, niet alleen Wilders. Natuurlijk! Suf stemvee, o zo makkelijk bang te maken en te manipuleren. Steeds opnieuw. Wilders werkt precies op het juist niveau: hurkhoogte en lager. Al die andere pratende hoofden zijn geen haar beter.

Natuurlijk willen wij (Europese) solidariteit, die kun je als weldenkenden toch nooit te graag willen? Alleen moeten er wel betrouwbare en kundige personen zijn die dat kunnen bewerkstelligen. Hoeveel Nederlanders stemmen er straks op 12 september ongeldig? Om een niet mis te verstaan statement te maken. Wij trappen er wederom grandioos in, we happen gretig en rollen plukharend over straat wanneer de politiekers de endogene problemen die inherent zijn aan de structuur en samenstelling van de euromuntunie reduceren tot een infantiel welles/nietes meer geld naar Griekenland, en welles/nietes de eurozone in stand houden – vanwege onze pensioenen die door incompetente bankiers zijn geïnvesteerd in landen met inherent zwakke economieën. Het zijn symptomen die zij als rookgordijn optrekken. De grondvraag luidt of wij ons nu reeds Europeaan genoeg voelen en weten om onze interne grenzen te slechten en de Europese nationaliteit aan te nemen.

Wilt u bijvoorbeeld als Belg vanzelfsprekend in een leger vechten onder een Poolse sergeant, een Letse kapitein en een Bulgaarse generaal om uw leven te wagen voor Duitse en Franse grond, tegen bijvoorbeeld de Chinezen? Ik noem maar wat, want de Chinezen hoeven niet per se onze directe tegenstanders te zijn, natuurlijk. Amerika lijkt me waarschijnlijker. Wat is er tegen een vrijhandelsunie? Om te wennen en om naar elkaar toe groeien, om te zien of dat lukt – op den duur? Intussen moeten we rap orde op zaken stellen in onze financiële sector en ervoor zorgen dat onze moeder en vader in het verpleeghuis niet meer de hele dag in een natte luier hoeven zitten stinken. We moeten zorgen dat onze kinderen weer goed onderwijs krijgen en dat onze Volksvertegenwoordigers weer het Volk vertegenwoordigen en niet langer op de egotrip-toer kunnen gaan. Bas Heijne kan weleens gelijk krijgen ten aanzien van Wilders: weer tig zetels scoren. Een schrale troost: de andere partijen zijn niet beter.

Op 10 september 2012, zei Peter W.:
Jerry, een democratie is veel meer dan een spelletje lagere wiskunde. Eens je weet hoe dat spelletje precies werkt, dan weet je ook waarom we telkens dezelfde koppen in het pluche aantreffen. Daar bestaan heel interessante boeken over. (tip: ‘the calculus of consent’ G. Tullock) We leren altijd bij; de jongste financiële crisis moet als conclusie hebben dat het grondwettelijk verboden moet worden voor een regering om begrotingstekorten op te lopen groter dan 3% (en liefst nog minder). De huidige malaise moet ons nu toch eindelijk eens leren dat onze bestuurders geen blanco cheque krijgen van de kiezer, maar dat ze verantwoording verschuldigd zijn op basis van een aantal heldere principes. Na de zakenwereld moet ook de politiek leren wat ‘behoorlijk bestuur’ is (naar analogie met de ‘corporate governance’) en dit moet ook hard gecodeerd worden in onze basiswetten. Zoals in: strafrechtelijk te beteugelen. En geef het parlement haar primauteit terug. Zo was onze democratie ook bedoeld.

Op 10 september 2012 reageert Jerry Mager:

@Peter, een malaise leert politiekers niets, dat kunnen alleen kiezers doen en wel door niet te stemmen. Dat is het enige waar politiekers naar kijken: hoeveel stemmen, hoeveel zetels, heb ik gescored? Dat namelijk betekent geld en macht. Om uw conclusie die u uit de financiële crisis trekt – hoe correct ook – geven de pratende hoofden geen biet. Die blanco cheque geven de meeste kiezers toch weer af. Heeft de zakenwereld geleerd wat behoorlijke governance is? Ik merk daar niets van. Bovendien acht ik zakenmensen nog net ietsje intelligenter dan politici. De laatsten gokken namelijk niet met hun eigen geld – dat doen bankiers ook niet – maar met uw en mijn centen. Dat heet dus veilig gókken en niet risico-met-verantwoordelijkheid-nemen hè! Hoe ze ook knoeien en kneuteren, zij blijven gevrijwaard voor de gevolgen van hun daden. Dat is de makke van ons systeem (geworden). De democratie kan zo niet bedoeld zijn, momenteel werkt ze wel zo. Cui bono?

Read Full Post »

Older Posts »