Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘Bas Heijne’

Bas Heijne in De Standaard van maandag 10 september 2012

licht ingekorte versie

Twee jaar geleden, aan de vooravond van de vorige verkiezingen, ontlokte Geert Wilders tijdens het Carré-debat hoongelach aan de zaal, omdat hij ongeacht de vraag steevast over massa-immigratie begon. In de peilingen stond hij op achttien zetels. Hij haalde er vierentwintig.

Afgelopen dinsdag, tijdens het Carré-debat aan de vooravond van de komende verkiezingen, was er opnieuw hoon vanaf de tribune. Dit keer omdat Wilders in elk antwoord over Europa begon; ook toen de zorg het onderwerp was, ging hij unverfroren los over de miljarden voor de Grieken. In de peilingen staat hij op achttien zetels.
Wilders zelf is ervan overtuigd dat de geschiedenis zich zal herhalen. Zijn kiezers vergeven hem de schandalen, de stommiteiten, het gesjoemel en het gesodemieter, omdat de emotie die hij exploiteert springlevend is: waarom hier bezuinigen, terwijl er miljarden naar de Grieken gaan?
In het Jeugdjournaal afgelopen donderdag onthulde Wilders zijn ideologische bronnen: als kind was hij gek op de smurfen. Eigenlijk nog steeds: hij was pas nog naar de bioscoopfilm over de blauwe ventjes met hun witte mutsjes geweest.
De huidige europaranoia verschilt in weinig van de islamparanoia van de afgelopen jaren.

Hybris
Paranoia is altijd leerzaam. Het idee van een samenzwering voedt zich met het geriefelijke gevoel dat je zelf niet verantwoordelijk bent, dus ook schuldeloos – het zijn de anderen, de elite, die je erin geluisd hebben. De crisis in Europa is veel meer dan een economische crisis, het is een geloofscrisis. De problemen met de euro zijn niet alleen het gevolg van economische overreach — omdat je iets zo graag wilt, veronderstel je dat het ook kan — ook van humanistische hybris. Er wordt een onderlinge solidariteit verwacht die er niet is, die er nooit geweest is. We wilden het te graag.

Dat is een pijnlijke les — en fervente Europeanen als Guy Verhofstadt, die weigeren die te leren (‘Europa zal federaal zijn, of het zal niet zijn’), verdienen onze scepsis. Maar de populistische mantra luidt nu — net als in het geval van de massa-immigratie — dat het afgedwongen is. Alles is de afgelopen decennia gebeurd ‘zonder dat we erom gevraagd hebben’. Jarenlang werd tevergeefs geprobeerd belangstelling van de kiezer te wekken voor Europa, er werden Europacongressen, Europafestivals en Europabraderieën georganiseerd. Ze riepen geen emotie op — geen grote bevlogenheid, maar ook geen noemenswaardige kritiek. Dat had te denken moeten geven, maar niemand had zin erover na te denken.

Iedereen, dat is de harde waarheid, vond het wel best. Geert Wilders stemde voor de euro. Wanneer je zelf van je geloof valt, moet je niet doen alsof anderen je dat geloof hebben opgedrongen.

Misschien wordt Wilders dit keer electoraal afgesmurft. Feit blijft dat de eurocrisis een identiteitscrisis heeft blootgelegd, die veel breder is dan de paranoia van Wilders. Dit dwingt je ook je eigen geloof tegen het licht te houden. Nederland is allang niet meer denkbaar zonder Europa. Wen er aan. Maar ook: Europa is niet langer denkbaar zonder een idee van Nederland. Ook dat is wennen.

REACTIES

Op 10 september 2012, zei Jerry Mager:

Het curieuze is dat we aan de ene kant als individualisten worden bejegend – ieder haar Burgerservicenummer bijvoorbeeld, en de overheid als producent van marktbare diensten; winner takes all, etcetera – terwijl we anderzijds worden aangesproken op onze solidariteitsgevoelens als het om de euro gaat. Bizar en arrogant! Ik wil de gewone Griek en Spanjaard en Ier best helpen, maar dan NIET via banken en overheden; noch de hunne, noch de onze. Ik ben zeker solidair, maar niet met de politieke managers en bankiers die mij bedotten en besjoemelen en mij bovendien ook nog eens Europa door de neus boren door hun gestuntel en onprofessionele narcistische megalomane optredens. Met de scheppers van de smurfen is het als familie heel triest afgelopen, weet ik van personen die ooit deel uitmaakten van de miljarden business die rondom de blauwe wezentjes ontstond. Wij lopen als burger van Europa keer op keer politieke blauwtjes. Hopen dat het ons niet net zo vergaat als die sneue smurfbedenkers.

Op 10 september 2012, zei Peter W. in reactie:

Eén punt is alvast duidelijk: Geert Wilders is een platte populist/windhaan die stemmen zoekt waar hij ze hoopt te vinden. De EU heeft zeker een probleem wat perceptie betreft bij de ingezetenen van de (oude) lidstaten. Een niet onbelangrijke oorzaak is de manier waarop onze nationale regeringen zich achter de EU verschuilen om onsympathieke maatregelen te verkopen aan de bevolking en anderzijds steevast de EU(-financiering) ‘vergeten’ bij de aankondiging van positieve projecten. Ik ga hier geen lofzang afsteken, maar wil toch aanmoedigen om de facts & figures te volgen vooraleer een zoveelste sneer uit te delen die gegarandeerd op veel bijval zal rekenen (vooral van diegenen die amper weten waar de EU voor staat). Ik wens Wilders veel succes mocht hij er ooit in slagen om NL uit de EU te lichten: de Hollanders zullen bvb. nog veel kaas moeten eten eens ze die nauwelijks nog zullen kunnen exporteren en Antwerpen zal hem dankbaar zijn met de verschrompeling van R’dam als haven.

Het zijn onze nationale bestuurders die de blaam verdienen. Zij wisten heel goed wat voor rampzalige beslissing ze namen door landen als Griekenland toe te laten tot de euro. Zéér goed zelfs; ze gingen daarmee in tegen hun eigen spelregels. Minister Reynders (B) sprak uit de biecht door dat ook zo onomwonden toe te geven. Maar ja, wij hadden toe dhr. Dehaene als ‘bekwame stuurman’ die de problemen liever oploste wanneer ze zich zouden stellen. Dat heeft met de EU zelf niet veel vandoen; des te meer met het democratisch manco in de lidstaten. Want hebben we niet allemaal de mogelijkheid (gehad) om dat soort onzinnigheden af te blokken? Of beter: af te laten blokken door onze democratisch verkozen bestuurders? Op dat punt hebben we in EU een machtspositie zéér ver boven ons gewicht (vetorecht). Het is m.i. vooral zaak om onze politieke ‘honden’ aan de leiband te leggen en hen te verbieden om eigenmachtig te freewheelen in de EU. Want als het misloopt zijn zij het natuurlijk nooit geweest

Op 10 september 2012 reageert Jerry Mager:

Peter W., u mag gelijk hebben met uw wijzende vinger naar onze bestuurders en uw kwalificaties van Wilders, maar …… Wie houdt die mensen op het pluche, helpt hen aan de macht? Dat zijn al die kiezers die steeds weer op dezelfde piepeltjes stemmen, of ze nu Reynders heten, Dehaene, Rutte, Verhofstadt, Buma, Roemer, Cameron, Merkel, Hollande en de rest, inclusief de Griekse griezels. Zij zijn de lui die per betaalde staatsauto van betaald hotel naar betaald diner rijden. Hun wedden zijn geïndexeerd, hun pensioen en wachtgeld zijn solide, waardevast en veilig. Voor hen is Europa iets heel anders dan voor u en mij: de smurfen, de muppets. Daar zijn die lui allemaal gek op, niet alleen Wilders. Natuurlijk! Suf stemvee, o zo makkelijk bang te maken en te manipuleren. Steeds opnieuw. Wilders werkt precies op het juist niveau: hurkhoogte en lager. Al die andere pratende hoofden zijn geen haar beter.

Natuurlijk willen wij (Europese) solidariteit, die kun je als weldenkenden toch nooit te graag willen? Alleen moeten er wel betrouwbare en kundige personen zijn die dat kunnen bewerkstelligen. Hoeveel Nederlanders stemmen er straks op 12 september ongeldig? Om een niet mis te verstaan statement te maken. Wij trappen er wederom grandioos in, we happen gretig en rollen plukharend over straat wanneer de politiekers de endogene problemen die inherent zijn aan de structuur en samenstelling van de euromuntunie reduceren tot een infantiel welles/nietes meer geld naar Griekenland, en welles/nietes de eurozone in stand houden – vanwege onze pensioenen die door incompetente bankiers zijn geïnvesteerd in landen met inherent zwakke economieën. Het zijn symptomen die zij als rookgordijn optrekken. De grondvraag luidt of wij ons nu reeds Europeaan genoeg voelen en weten om onze interne grenzen te slechten en de Europese nationaliteit aan te nemen.

Wilt u bijvoorbeeld als Belg vanzelfsprekend in een leger vechten onder een Poolse sergeant, een Letse kapitein en een Bulgaarse generaal om uw leven te wagen voor Duitse en Franse grond, tegen bijvoorbeeld de Chinezen? Ik noem maar wat, want de Chinezen hoeven niet per se onze directe tegenstanders te zijn, natuurlijk. Amerika lijkt me waarschijnlijker. Wat is er tegen een vrijhandelsunie? Om te wennen en om naar elkaar toe groeien, om te zien of dat lukt – op den duur? Intussen moeten we rap orde op zaken stellen in onze financiële sector en ervoor zorgen dat onze moeder en vader in het verpleeghuis niet meer de hele dag in een natte luier hoeven zitten stinken. We moeten zorgen dat onze kinderen weer goed onderwijs krijgen en dat onze Volksvertegenwoordigers weer het Volk vertegenwoordigen en niet langer op de egotrip-toer kunnen gaan. Bas Heijne kan weleens gelijk krijgen ten aanzien van Wilders: weer tig zetels scoren. Een schrale troost: de andere partijen zijn niet beter.

Op 10 september 2012, zei Peter W.:
Jerry, een democratie is veel meer dan een spelletje lagere wiskunde. Eens je weet hoe dat spelletje precies werkt, dan weet je ook waarom we telkens dezelfde koppen in het pluche aantreffen. Daar bestaan heel interessante boeken over. (tip: ‘the calculus of consent’ G. Tullock) We leren altijd bij; de jongste financiële crisis moet als conclusie hebben dat het grondwettelijk verboden moet worden voor een regering om begrotingstekorten op te lopen groter dan 3% (en liefst nog minder). De huidige malaise moet ons nu toch eindelijk eens leren dat onze bestuurders geen blanco cheque krijgen van de kiezer, maar dat ze verantwoording verschuldigd zijn op basis van een aantal heldere principes. Na de zakenwereld moet ook de politiek leren wat ‘behoorlijk bestuur’ is (naar analogie met de ‘corporate governance’) en dit moet ook hard gecodeerd worden in onze basiswetten. Zoals in: strafrechtelijk te beteugelen. En geef het parlement haar primauteit terug. Zo was onze democratie ook bedoeld.

Op 10 september 2012 reageert Jerry Mager:

@Peter, een malaise leert politiekers niets, dat kunnen alleen kiezers doen en wel door niet te stemmen. Dat is het enige waar politiekers naar kijken: hoeveel stemmen, hoeveel zetels, heb ik gescored? Dat namelijk betekent geld en macht. Om uw conclusie die u uit de financiële crisis trekt – hoe correct ook – geven de pratende hoofden geen biet. Die blanco cheque geven de meeste kiezers toch weer af. Heeft de zakenwereld geleerd wat behoorlijke governance is? Ik merk daar niets van. Bovendien acht ik zakenmensen nog net ietsje intelligenter dan politici. De laatsten gokken namelijk niet met hun eigen geld – dat doen bankiers ook niet – maar met uw en mijn centen. Dat heet dus veilig gókken en niet risico-met-verantwoordelijkheid-nemen hè! Hoe ze ook knoeien en kneuteren, zij blijven gevrijwaard voor de gevolgen van hun daden. Dat is de makke van ons systeem (geworden). De democratie kan zo niet bedoeld zijn, momenteel werkt ze wel zo. Cui bono?

Read Full Post »

Bas Heijne in De Standaard van zaterdag 02 juni 2012

(ingekort – zie De Standaard voor complete tekst )

Geen medelijden: afgelopen week nam Christine Lagarde, de directeur van het Internationaal Monetair Fonds, het Griekse volk de maat. Werkloze jongeren moesten maar bij hun ouders verhaal gaan halen – als die gewoon hun belastingen hadden betaald, dan was het niet zo ver gekomen. Arme kinderen in Niger, daar kon de topvrouw wel van wakker liggen. Arme Grieken – pfft!
Haar woorden werden niet op prijs gesteld. De Franse regering noemde ze ‘nogal simplistisch en stereotiep’. De Griekse leider van het socialistische Pasok noemde ze ‘vernederend’.
Zelf verdient mevrouw Lagarde ongeveer 450.000euro per jaar, plus onkosten. Ze blijkt, ontdekten journalisten, vanwege haar diplomatieke status zelf geen belasting te betalen. Geen cent.
Ik vind dat interessant nieuws. Alle pijn van onze tijd komt erin samen – een elite die in tijden van crisis gemeenschapsmoraal predikt, terwijl ze zichzelf grotendeels aan die moraal onttrokken heeft. En de blindheid van internationale bestuurders voor gevoelens van nationale trots: Lagarde heeft wat de Grieken betreft een punt, maar zulke vermaningen vanuit instanties die als vijandig worden beschouwd, maken Grieken alleen maar nog meer Griek – en nog meer recalcitrant. Lagarde jaagt ze in de armen van populisten.
Publieke moraal en identiteit, de twee blinde vlekken van het establishment.
In een samenleving die doordrenkt is van het geloof in de markt, is het publieke belang iets virtueels – iets voor congressen en seminaries, fijn om over te praten, fijn om anderen aan te herinneren, zonder dat het weerslag op je eigen leven krijgt. Of je verplaatst je morele betrokkenheid ver buiten je eigen omgeving, een soort outsourcing van de publieke moraal – aidsbaby’s, kindsoldaten, rampenslachtoffers. Dat is mooi, want die mensen hebben het pas echt zwaar, maar het confronteert je met weinig of geen lastige dilemma’s in je eigen omgeving. Wat ben je anderen verplicht? Waar ligt de grens van je betrokkenheid?

Wat dat betreft is de opmerking van Lagarde over de kinderen in Niger veelzeggend. Ongetwijfeld zijn die kinderen slechter af dan de armste Griek, maar Lagarde gebruikt hen om de Grieken te honen. Wat ze zelf voor de kinderen in Niger doet, blijft onduidelijk.
Het geval-Lagarde laat een moeizame verschuiving zien: die van een marktmoraal naar een publieke moraal. Dat is waar de crisis ons toe dwingt: toen het geld ons de oren uitkwam, konden we gerieflijk klagen over de verruwing van omgangsvormen, groeiend egoïsme en de schande dat in een welvarend land als het onze zoiets als een voedselbank bestond. Het verplichtte tot weinig. Nu er harde klappen gaan vallen, moeten uitgeholde begrippen als gemeenschap en, gadver, solidariteit weer betekenis krijgen. Dat lukt nog niet zo goed.
…….. ………. ……….
Een voorbeeld. Er is de voorbije week ophef ontstaan over het royale dividend dat de aandeelhouders van NRC Handelsblad zichzelf hebben uitgekeerd – meer dan drie keer de winst van het afgelopen jaar. Volgens de moraal van de markt is dat geoorloofd. Er wordt geen regel ontdoken, geen wet overtreden. Maar in een tijd waarin kranten moeten vechten voor hun lezers, waarin ontslagen vallen en freelancers worden onderbetaald, botst de marktmoraal hard met de gemeenschapsmoraal – hoe kun je eigenaren hebben die geen betrokkenheid lijken te voelen met hun waardevolle eigendom? Hoe kan bij een eventuele nieuwe bezuiniging solidariteit worden geëist, terwijl die lijkt te ontbreken bij degenen die die solidariteit eisen – zie ook Lagarde? Dat is een morele kwestie, die nu op het bord ligt van mensen die niet meer gewend zijn om in termen van moraal te denken.
…………. ……….. …………………

REACTIE (zie De Standaard voor meer)

Op 02 juni 2012, zei Jerry Mager

Niet alleen is de behandeling van de Grieken – nu door mme Lagarde – stuitend, maar het effect op ons allemaal van die behandeling is niet te onderschatten. Misschien doet mw. Lagarde het precies daarom (ik kan me nog steeds moeilijk voorstellen dat personen op zulke posten écht dom en stompzinnig zijn – er móet gewoon een groter plan achter steken), om het effect van haar optreden jegens de Grieken op ons. Het overkomt ons gelukkig niet, want wij gedragen ons gehoorzaam en mak en zijn bereid om af te zien. Anders wacht ons het lot van de Grieken. Dat zo’n lot ons tóch is beschoren wanneer het Largarde c.s. past, daar denken we liever niet aan. Stel je voor dat wij ons solidair met de Grieken zouden verklaren en dat Lagarde dan onze pensioenen en spaargelden zou afpakken – om de Grieken te helpen natuurlijk, en tegelijk voor straf vanwege onze brutaliteit. Daar moeten we toch niet aan denken? Alleen pakt zij onze pensioenen toch wel af als haar en haar kornuiten dat zo uitkomt.

Dus of we nou braaf en gehoorzaam zijn of in opstand komen, het maakt niets uit wanneer de ‘BovenBazen’ besluiten dat ze ons geld willen. De kranten dat is een story apart, maar in hetzelfde kader te bezien: winst, op basis van omzet en reclame. Je kunt het aan de ‘content’ van kranten zien of ze van en voor de markt zijn, of een onafhankelijke positie innemen. Marktkranten die op omzet zijn gefocussed brengen gevaarlijk nieuws op een ongevaarlijke manier en zorgen er angstvallig voor dat op hun opiniepagina’s de brisante onderwerpen of ontbreken, of zodanig worden gebracht dat de kans op steekhoudende kritiek minimaal tot nul is. Heel veel rubrieken over eten en drinken, het klimaat en het heelal en zo. Kortom: de life style verdringt de inhoudelijke onderwerpen in rap tempo en het werkt, want het verdient. Of die aandeelhouders nou dividend trekken van een investering in de productie van plastic implantaten, kunstheupen of een kwaliteitskrant zal ze worst wezen.

Zeggen dat je aandelen in een kwaliteitskrant hebt, staat nog chique en gekleed ook; het hoort bij die life style. Men investeert in een product met een prestigieus merk en dient daarmee ogenschijnlijk tevens het publieke belang. Het product krant verandert door dit alles ingrijpend, maar ongemerkt. Dat je door zo te opereren juist de morele standaarden van de pers contamineert en ondergraaft en dus het publieke belang een slechte dienst bewijst, ontgaat ze, of het kan ze geen biet schelen. Let wel de redacties wordt geen haarbreed in de weg gelegd, maar iedereen bij zo’n krant weet nauwkeurig aan welke kant zijn boterham is beboterd en wie de eigenlijke broodheren zijn en wat die wel en niet willen lezen. Vooral: dat er winst gemaakt moet worden, want de geldschieters willen hoe dan ook hun pond vlees. Alles geschiedt volkomen legitiem en ruimschoots binnen de wettelijke kaders, net als bij het inkomen van mme Lagarde, haar emolumenten en haar tax free status, en toch …

Read Full Post »

door Bas Heijne  in De Standaard op  maandag 12 maart 2012

Nadat blogger en commentator Andrew Breitbart vorige week op het trottoir van een dure wijk in Los Angeles was bezweken aan een hartaanval, werd hij door nagenoeg alle Republikeinse presidentskandidaten de hemel in geprezen. Santorum: ‘Een groot verlies.’ Romney: ‘Een onverschrokken conservatief.’ Gingrich: ‘De meest vernieuwende pionier op het gebied van conservatief activisme in de Amerikaanse sociale media.’

Zijn erfenis? Breitbart, die stierf op zijn drieënveertigste, stond aan de wieg van The Huffington Post, had een column in The Washington Times, bezat verschillende websites. Hij was vooral bekend als politieke schreeuwlelijk. Hij speelde de hoofdrol in schandaaltjes: het was Breitbart die de foto’s lekte waarop Congreslid Anthony Weiner zijn stijve toonde, hij was het die beelden manipuleerde waarop een zwarte vrouwelijke ambtenaar racisme ten opzichte van blanken leek te prediken. Weiner moest aftreden, de vrouw raakte haar baan kwijt. Op het web vind je fragmenten waarin hij zijn tegenstanders luidkeels voor rotte vis uitmaakt. Wie het waagde hem tegen te spreken, was een ‘despicable human being’. Breitbart genoot er zichtbaar van. Het bleek niet goed voor zijn hart.

Wat bewoog hem? Op zijn websites gaat het vooral om een oneindige stroom verdachtmakingen richting alles wat progressief of Democraat heet te zijn. Iedere dag opnieuw wordt Obama ontmaskerd. Beschuldigingen, insinuaties – en zo nu en dan een heksenjacht. Het is voortdurend aanvallend spel, zonder dat een persoonlijke inzet zichtbaar wordt – het vernietigen van de tegenstander lijkt een doel op zich.

In een in memoriam werd Breitbart beschreven als ‘half entertainer, half politiek activist’. Op zijn Wiki-pagina wordt hijzelf geciteerd: ‘I’m committed to the destruction of the old media guard. And it’s a very good business model.’ Volgens een journalist van The New York Times voorzag hij in de onstilbare behoefte van de media aan ‘materiaal’. Er was, kortom, altijd wat.

Half entertainer – misschien is dat wel de meest verrassende tendens van de afgelopen jaren, dat maatschappelijke kwesties en vooral de politiek zelf tot een vorm van vermaak zijn geworden. De verwachting was anders: cultuurpessimisten vreesden altijd dat de hedonistische mens zich van de wereld zou afkeren en zich met louter trivia zou bezighouden – niet dat hij de wereld zelf zou trivialiseren. Nog niet zo lang geleden waagde een politicus zich af en toe – dat wil zeggen, tegen verkiezingstijd – in het domein van de populaire media, waarin hij dan meestal een beetje onhandig populair ging doen. Een laatste echo daarvan zagen we toen Job Cohen vorig jaar in een middagprogramma voor bijna-bejaarden de polonaise deed.

Das war einmal. De kandidaten voor het partijleiderschap van de PvdA werden de afgelopen weken voortdurend op televisie aangesproken – op hun vermogen om met de populaire media om te gaan. Wanneer je niet eens bestand bent tegen Matthijs, hoorde ik steeds, dan gaat het je tegen Wilders ook niet lukken.

Het is die nieuwe orde waarin de politicus Cohen ten onder ging. Ik vermoed dat voor de onlangs overleden Anil Ramdas hetzelfde gold. Waar hij, denk ik, niet tegen kon, was niet zozeer dat zijn opponenten in het integratiedebat er een andere mening op nahielden, maar dat ze een heel ander spel leken te spelen. Dat was het spel waarin een man als Breitbart zich juist zo bedreven toonde – prikken, honen, half serieus, maar vooral hyperbolisch.

Ramdas nam die handschoen op; hij ging terugschelden tegen mensen die het woord intellectueel alleen gebruiken in combinatie met quasi-. Met als resultaat dat hij in een naargeestige maalstroom van beledigingen terechtkwam – veel reacties onder zijn columns op de site van het Vlaams-Nederlandse culturele instituut ‘De Buren’ waren onbeschaamd racistisch. Het is een strijd die je niet kunt winnen – omdat voor je tegenstanders de strijd zélf het genot is.

Maar de Breitbarts van deze wereld – winnen die? Van zeer aanwezige mensen wordt na hun dood gezegd dat zij een leegte achterlaten. In het geval van Breitbart klinken die woorden akelig wrang. Een hoop lawaai en woede, zonder betekenis. 

REACTIE – zie ook De Standaard   

Op 12 maart 2012, zei Jerry Mager:

Lawaai en woede, zonder betekenis; sound and fury, signifying nothing. Macbeth en Faulkner, natuurlijk. Hier vooral Faulkner, omdat de desintegratie van de Compson familie parallel aan vooral de traumatische mentale dekolonisatie van de Zuidelijke staten van de USA, bij mij associaties oproept met wat er momenteel volop in de VS aan de hand lijkt. Niet alleen in de media in de USA, ook in de Nederlandse rukt de hersenloze hufterigheid onder de dekmantel van vrije pers en nieuwsgaring onstuimig op. BH refereert aan Anil Ramdas, maar recentelijk gebeurde rondom een columniste van een politiek praatprogramma iets dergelijks toen zij de ‘methode’ van het soort ‘journalisten’ dat BH beschrijft in haar column aan de kaak stelde. Rel geboren! Zij viel de vrije pers aan! In de polder was de wereld te klein en stond op zijn kop tegelijk.

De reacties van Santorum, Romney en Gingrich op de dood van Breitbart laten zich voor mij een op een vergelijken met de mening van Nederlandse politici die ik heb gezien en gehoord toen hen werd gevraagd wat zij vonden van de rel rond de journalist en de columniste: niemand zei dat hij/zij vond dat die ‘journalist’ zich voortaan moest gedragen of anders ophoepelen met zijn zinledige paljasserij, die hij onder het mom van vrije nieuwsgaring uitleeft. Ben je niet gediend van stompzinnigheid, dan heb je in de moderne politiek dus niets te zoeken. Verraderlijk vind ik het dubbele dat aan dit verschijnsel kleeft en dat wel degelijk de kwaliteit van democratie ondergraaft, omdat het stellen van ècht indringende vragen geënt op dieper gravend onderzoek en analyse van politiek-saillante verbanden, verdwijnt ten faveure van een quasie-gebeuren dat heet te staan voor de vrijheid van meningsuiting en nieuwsgaring, maar dat een wonderlijke inhoudloze amusements- en sensatiepers belichaamt.

Prangende ad rem vragen die politici echt zouden doen zweten vanwege de politiek-diplomatieke lading en bestuurlijke draagwijdte, die worden juist niét gesteld. Dus resistentie tegen journalistieke hufterigheid – die volgens mij steeds meer en vaker journalistiek onvermogen en gebrek aan intellectuele bagage moet maskeren – prevaleert meer en meer boven inhoudelijk politieke bekwaamheden en kwaliteit. Gevolg: uitgerekend diegenen die je juist niet als volksvertegenwoordiger zou moeten willen hebben, juist die elementen komen in deze atmosfeer bovendrijven en achter de knoppen van alles en nog wat te zitten. De complementaire hufters. Inhoud wordt ondergeschikt en opgeofferd aan het journalistiek hufterproof-zijn. Wie zijn er meest hufteroproof ? Volgens mij zijn vooral de grootste hufters dat het meeste. De hufters lijken op alle fronten te winnen, maar wij burgers krijgen de rekening gepresenteerd.

Een recent voorbeeld van politiek en journalistiek verzaken: de Nederlandse Volksvertegenwoordigers gingen zonder al te veel tegenstand akkoord met de verhoging van de griffierechten  (onder het mom van besparingen!), waardoor het beginsel van gelijke toegang tot de rechtsmiddelen  in gevaar komt. Rechters protesteerden in de media. Natuurlijk.Verweer van de burger tegen de overheid en het bestuur wordt hierdoor immers gefrustreerd en submiddelmatige bestuurders die vanwege een politieke partij op lucratieve postjes worden geplakt, zijn moeilijker via de rechter aan te pakken op hun feilen, omdat de kosten daaraan verbonden prohibitief hoog zijn. Hierover zou de pers me dunkt een rel van hier tot Tokio moeten schoppen. Quod non. Vermoedelijk niet amusant genoeg. Totdat je er zelf mee van doen krijgt natuurlijk. Maar dan is het te laat.

Ik heb over dit onderwerp in de Nederlandse media niets opzienbarends gehoord of gezien, terwijl dit toch een rel van jewelste behoorde op te leveren. Verhoog daarentegen de benzineprijs en de kranten staan dagenlang bol van oproepen de vermetele bewindspersoon te stenigen en te kielhalen. Omgekeerd wil menigeen een minister die de maximumsenlheid verhoogt op bepaalde wegtrajecten meteen maar Minister van Staat maken en haar diepste zieleroerselen over van alles en nog wat weten. Plus dat zij olijke foto’s krijgt, natuurlijk. Deze pernicieuze tendens van steeds opdringeriger en almaar nietszeggender hufterigheid onder de dekmantel van democratische vrije pers, bevoordeelt dus zowel de nitwit pseudo-journalist als zijn complementaire tegenspelers. Beiden produceren in collusie een kwalijk soort ‘vermaak’ dat ons allen geen steek verder helpt – en wat mij betreft bovendien op geen enkele amusements- of vermaakswaarde kan bogen. Not amusing at all.

Read Full Post »