Feeds:
Posts
Comments

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

 door Dyab Abou Jahjah  in De Standaard van zaterdag 09 juni 2012, 03u00

Het zit er weer op in België tussen de politieke klasse en een moslim-boeman. In 2002 was ik het monster van dienst en werd ik tot volksvijand nummer één uitgeroepen, niet alleen in België maar ook in Nederland. Het is deze keer minder hysterisch en minder woelig dan wat zich in 2002 en 2003 afspeelde, maar een aantal zaken is toch herkenbaar: het paniekvoetbal van het establishment, de onderbuikgevoelens van racisme en haat die naar buiten komen en de maatregelen die worden aangekondigd door de politiek – ook als ze de scheiding der machten ondermijnen door directe impulsen te geven vanuit de politiek aan het parket.

Het verschil zit hem in de relevantie van de AEL in vergelijking met een club zoals Sharia4Belgium. De AEL was een politieke beweging die opereerde vanuit democratische beginselen en ijverde voor gelijke rechten, maar ook voor erkenning van diversiteit.
…………  …………  ……….
Karikatuur van moslims
AEL was een spreekbuis voor duizenden jongeren in België en in Nederland. Sharia4Belgium is dat niet en zal het nooit zijn. Het clubje van Belkacem en co is vervreemd van de mentaliteit, de zorgen en het gedrag van de gemiddelde Belgische allochtoon met een moslim-achtergrond. Het is zelfs een karikatuur van de ultraconservatieve moslims in België. Ze worden niet au sérieux genomen door de moslims, zijn eerder mediageil en zoeken aandacht ten koste van elke geloofwaardigheid. Vooral hebben ze geen enkele inbreng in de echte discussie over de sociaal-economische en democratische gebreken van deze maatschappij inzake burgerschap. Sharia4Belgium vertelt dezelfde culturalistische en essentialistische shit als pakweg SP.A, N-VA en Open VLD (en elke andere Vlaams politieke partij) als het gaat over allochtonen en integratie. Types zoals Belkacem en de gemiddelde Vlaamse politicus verdienen elkaar in dezen.

 Het establishment vindt dat het over geloof gaat, Belkacem ook. Het establishment vindt dat het over sluiers en hoofddoeken gaat, Belkacem ook. Vlaamse politici vinden dat het over een dreigende islamisering gaat tegenover het behoud van Europese waarden en normen, Belkacem denkt hetzelfde maar omgekeerd.
Reële dreiging
……..  ……….  ………  ……
Een moment van escalatie zit er aan te komen. Het zal geen clowneske ultrareligieuze vorm aannemen. Het zal militant zijn, spontaan, niet ideologisch maar diep geworteld in de etnische kloof, die steeds samengaat met een generatiekloof en een sociaal-economische kloof. De storm zal niet Vlaams zijn, noch Belgisch, maar pan-Europees en zal zich in de grote stadscentra verspreiden zoals vuur in een hooiveld. Strijden tegen Belkacem en soortgelijke grappige figuren is een vorm van donquichottisme en een bezigheidstherapie voor de racistische politicus en zijn medeburgers. Belkacem moet geen aandacht krijgen, hij moet opgesloten noch vervolgd worden, misschien hooguit geïnterviewd voor een programma als Man bijt hond
Aan de andere kant, de realiteit en haar echte problemen – uitsluiting, marginalisering, beledigend paternalisme en uitbuiting – gaan niet weg met dit soort struisvogelpolitiek. Als je de realiteit negeert, zal je er vroeg of laat je hoofd aan stoten.

REACTIE – zie De Standaard voor meer discussie 

Op 10 juni 2012, zei Jerry Mager:

De manifestaties van deze curieuze club die zich Sharia4Belgium noemt, roept bij mij associaties op met die stelling van Hegel dat de geschiedenis zich steeds herhaalt, waarbij Marx aantekende dat die zich herhalende historische gebeurtenissen de eerste keer als tragedie plegen plaats te vinden om vervolgens steeds als klucht in reprise te gaan. Ik kan het optreden van de AEL en Sharia4Belgium makkelijk in dat kader plaatsen. Tragedie versta ik hier als: serieus en ernstig – niet in de laatste plaats vanwege het optreden van een Belgische premier van ‘liberale’ signatuur die destijds opriep tot arrestatie van DAJ – na de rellen in Borgerhout in 2002. Merkwaardig genoeg werd in datzelfde jaar in Nederland Pim Fortuyn vermoord. Niet door een moslim maar door een autochtone Nederlandse fundamentalist.

In Den Haag werden bestuurders bijkans gelyncht door een woedende massa – ‘ de kogel kwam van rechts!’ luidde de kreet. De gebeurtenissen in Nederland zijn voor mij als bijna spiegelbeeldig met die in België te zien, waarbij ik mij klucht en tragedie als onderling uitwisselbaar kan voorstellen. Deze respectieve nationale tragedies en kluchten (Belgische en Nederlandse) spelen zich bovendien parallel af met die welke zich op Europees niveau voltrekken. We worden in Europa geleid door koddig aandoende politiekers, praatgrage paljassen, die ons steeds verder de dieperik in vergaderen en ‘toppen’ terwijl destijds de instelling van de eurozone als tragedie – vanwege de inherente systeemfouten – reeds alle kenmerken van de klucht in zich borg zoals die nu volop aan de dag treden. De filosoof Slavoj Zizek publiceerde een boek onder de titel ‘Eerst als tragedie dan als klucht’.

Daarin beweert hij ondermeer: “Crisis leidt eerder tot racistisch populisme en oorlog. Elke naïeve verwachting van links dat de huidige financiële en economische crisis noodzakelijkerwijs een ruimte voor radicaal links opent, is dus ongetwijfeld gevaarlijk kortzichtig. Het eerste directe gevolg van de crisis zal niet de opkomst van een radicale emancipatoire politiek zijn, maar eerder die van een racistisch populisme, en ook oorlogen, grotere armoede in de armste derdewereldlanden en bredere kloven tussen de rijken en de armen in alle samenlevingen in de hand werken.” Wanneer dit alles je overkomt en je er middenin zit, lijkt wat er momenteel gebeurt op het eerste gezicht nogal dramatisch, maar doe je enkele stappen terug en beluister en bekijk je al die talking heads met hun grootse ideeën en gewichtige plannen (meest recent: een ‘Masterplan’!) dan begint het lachen je allengs toch nader te staan dan het huilen. Toch kunnen we ons met elkaar ook zo maar dood-lachen.

Advertisements

Read Full Post »

Bas Heijne in De Standaard van zaterdag 02 juni 2012

(ingekort – zie De Standaard voor complete tekst )

Geen medelijden: afgelopen week nam Christine Lagarde, de directeur van het Internationaal Monetair Fonds, het Griekse volk de maat. Werkloze jongeren moesten maar bij hun ouders verhaal gaan halen – als die gewoon hun belastingen hadden betaald, dan was het niet zo ver gekomen. Arme kinderen in Niger, daar kon de topvrouw wel van wakker liggen. Arme Grieken – pfft!
Haar woorden werden niet op prijs gesteld. De Franse regering noemde ze ‘nogal simplistisch en stereotiep’. De Griekse leider van het socialistische Pasok noemde ze ‘vernederend’.
Zelf verdient mevrouw Lagarde ongeveer 450.000euro per jaar, plus onkosten. Ze blijkt, ontdekten journalisten, vanwege haar diplomatieke status zelf geen belasting te betalen. Geen cent.
Ik vind dat interessant nieuws. Alle pijn van onze tijd komt erin samen – een elite die in tijden van crisis gemeenschapsmoraal predikt, terwijl ze zichzelf grotendeels aan die moraal onttrokken heeft. En de blindheid van internationale bestuurders voor gevoelens van nationale trots: Lagarde heeft wat de Grieken betreft een punt, maar zulke vermaningen vanuit instanties die als vijandig worden beschouwd, maken Grieken alleen maar nog meer Griek – en nog meer recalcitrant. Lagarde jaagt ze in de armen van populisten.
Publieke moraal en identiteit, de twee blinde vlekken van het establishment.
In een samenleving die doordrenkt is van het geloof in de markt, is het publieke belang iets virtueels – iets voor congressen en seminaries, fijn om over te praten, fijn om anderen aan te herinneren, zonder dat het weerslag op je eigen leven krijgt. Of je verplaatst je morele betrokkenheid ver buiten je eigen omgeving, een soort outsourcing van de publieke moraal – aidsbaby’s, kindsoldaten, rampenslachtoffers. Dat is mooi, want die mensen hebben het pas echt zwaar, maar het confronteert je met weinig of geen lastige dilemma’s in je eigen omgeving. Wat ben je anderen verplicht? Waar ligt de grens van je betrokkenheid?

Wat dat betreft is de opmerking van Lagarde over de kinderen in Niger veelzeggend. Ongetwijfeld zijn die kinderen slechter af dan de armste Griek, maar Lagarde gebruikt hen om de Grieken te honen. Wat ze zelf voor de kinderen in Niger doet, blijft onduidelijk.
Het geval-Lagarde laat een moeizame verschuiving zien: die van een marktmoraal naar een publieke moraal. Dat is waar de crisis ons toe dwingt: toen het geld ons de oren uitkwam, konden we gerieflijk klagen over de verruwing van omgangsvormen, groeiend egoïsme en de schande dat in een welvarend land als het onze zoiets als een voedselbank bestond. Het verplichtte tot weinig. Nu er harde klappen gaan vallen, moeten uitgeholde begrippen als gemeenschap en, gadver, solidariteit weer betekenis krijgen. Dat lukt nog niet zo goed.
…….. ………. ……….
Een voorbeeld. Er is de voorbije week ophef ontstaan over het royale dividend dat de aandeelhouders van NRC Handelsblad zichzelf hebben uitgekeerd – meer dan drie keer de winst van het afgelopen jaar. Volgens de moraal van de markt is dat geoorloofd. Er wordt geen regel ontdoken, geen wet overtreden. Maar in een tijd waarin kranten moeten vechten voor hun lezers, waarin ontslagen vallen en freelancers worden onderbetaald, botst de marktmoraal hard met de gemeenschapsmoraal – hoe kun je eigenaren hebben die geen betrokkenheid lijken te voelen met hun waardevolle eigendom? Hoe kan bij een eventuele nieuwe bezuiniging solidariteit worden geëist, terwijl die lijkt te ontbreken bij degenen die die solidariteit eisen – zie ook Lagarde? Dat is een morele kwestie, die nu op het bord ligt van mensen die niet meer gewend zijn om in termen van moraal te denken.
…………. ……….. …………………

REACTIE (zie De Standaard voor meer)

Op 02 juni 2012, zei Jerry Mager

Niet alleen is de behandeling van de Grieken – nu door mme Lagarde – stuitend, maar het effect op ons allemaal van die behandeling is niet te onderschatten. Misschien doet mw. Lagarde het precies daarom (ik kan me nog steeds moeilijk voorstellen dat personen op zulke posten écht dom en stompzinnig zijn – er móet gewoon een groter plan achter steken), om het effect van haar optreden jegens de Grieken op ons. Het overkomt ons gelukkig niet, want wij gedragen ons gehoorzaam en mak en zijn bereid om af te zien. Anders wacht ons het lot van de Grieken. Dat zo’n lot ons tóch is beschoren wanneer het Largarde c.s. past, daar denken we liever niet aan. Stel je voor dat wij ons solidair met de Grieken zouden verklaren en dat Lagarde dan onze pensioenen en spaargelden zou afpakken – om de Grieken te helpen natuurlijk, en tegelijk voor straf vanwege onze brutaliteit. Daar moeten we toch niet aan denken? Alleen pakt zij onze pensioenen toch wel af als haar en haar kornuiten dat zo uitkomt.

Dus of we nou braaf en gehoorzaam zijn of in opstand komen, het maakt niets uit wanneer de ‘BovenBazen’ besluiten dat ze ons geld willen. De kranten dat is een story apart, maar in hetzelfde kader te bezien: winst, op basis van omzet en reclame. Je kunt het aan de ‘content’ van kranten zien of ze van en voor de markt zijn, of een onafhankelijke positie innemen. Marktkranten die op omzet zijn gefocussed brengen gevaarlijk nieuws op een ongevaarlijke manier en zorgen er angstvallig voor dat op hun opiniepagina’s de brisante onderwerpen of ontbreken, of zodanig worden gebracht dat de kans op steekhoudende kritiek minimaal tot nul is. Heel veel rubrieken over eten en drinken, het klimaat en het heelal en zo. Kortom: de life style verdringt de inhoudelijke onderwerpen in rap tempo en het werkt, want het verdient. Of die aandeelhouders nou dividend trekken van een investering in de productie van plastic implantaten, kunstheupen of een kwaliteitskrant zal ze worst wezen.

Zeggen dat je aandelen in een kwaliteitskrant hebt, staat nog chique en gekleed ook; het hoort bij die life style. Men investeert in een product met een prestigieus merk en dient daarmee ogenschijnlijk tevens het publieke belang. Het product krant verandert door dit alles ingrijpend, maar ongemerkt. Dat je door zo te opereren juist de morele standaarden van de pers contamineert en ondergraaft en dus het publieke belang een slechte dienst bewijst, ontgaat ze, of het kan ze geen biet schelen. Let wel de redacties wordt geen haarbreed in de weg gelegd, maar iedereen bij zo’n krant weet nauwkeurig aan welke kant zijn boterham is beboterd en wie de eigenlijke broodheren zijn en wat die wel en niet willen lezen. Vooral: dat er winst gemaakt moet worden, want de geldschieters willen hoe dan ook hun pond vlees. Alles geschiedt volkomen legitiem en ruimschoots binnen de wettelijke kaders, net als bij het inkomen van mme Lagarde, haar emolumenten en haar tax free status, en toch …

Read Full Post »

Door Abdelkader Benali (NRC 27 april 2012)

” Als kind las ik te hooi en te gras. Alsof ik nog maar één dag te leven had. Met verbazing kijk ik soms op die tijd terug. Alle edities van Suske & Wiske? Ik kende ze van voor naar achter. Nu denk ik: waarom vond ik dat toen mooi? Waar was ik mee bezig?
Dat vraag ik me ook nog geregeld af bij de Thule-trilogie van Thea Beckman. In die utopische romans beschrijft Beckman een maatschappij gedomineerd door vrouwen. Maar waarom zou je dat als schrijver doen, een utopie creëren? Daarin moet alles perfect zijn. Uit die behoefte zijn in de twintigste eeuw verschrikkelijke gebeurtenissen voortgekomen. Richt je op misstanden, denk ik nu. Dat is de voornaamste taak van een schrijver.
Naarmate ik ouder word, wordt het steeds moeilijker een favoriet boek te kiezen. Er komen er jaarlijks zoveel mooie bij. Auteurs uit mijn jeugd krijgen wel meer betekenis. Zoals Franz Kafka. Ik ontdekte hem bij toeval, in het gangpad van de plaatselijke bibliotheek. Op de grond lag een prachtig geïllustreerd boekje, letters gedrukt op glanspapier, over een ten onrechte veroordeelde man. Het bleek Kafka’s Het proces te zijn.

Aansluitend las ik De gedaanteverwisseling. Dat boek maakte een enorme indruk op me. Alleen al de eerste zin van dat boek ontroerde me: ‘Toen Gregor Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een monsterachtig ongedierte was veranderd.’ Deze zin hakte er in. Het was een bijl tussen de wenkbrauwen. Het opende mijn verbeelding. Voor het eerst zag ik de kracht van de eerste zin. Ik voelde direct dat ik iets bijzonders in handen had.
Ik las De gedaanteverwisseling in een onzekere fase. Ik was jong volwassen en op zoek naar bevestiging, naar een baan, naar een droom, aandacht. Ik kon lachen om het gestuntel van Gregor die zijn staat-van-zijn angstvallig probeert te rationaliseren. Hij moet vooral nog op tijd komen voor werk. Dat is lastig, als levensgrote mestkever. Gaandeweg raakte Gregors ontreddering en wanhoop verknoopt met mijn eigen gevoel. Ik werd Gregor. Ik herkende mijn eigen vertwijfeling. Die kinderen die altijd zo onaardig tegen me doen, vinden me eigenlijk wel aardig, toch?

Na de vertwijfeling kwam de bevrijding. Want dat deed dit boek voor me: het bevrijdde me. In zijn monologue intérieur rationaliseert Gregor een absurde werkelijkheid. Kafka liet daarmee zien dat dehumanisatie bij jezelf begint. Wij zijn insecten in onze eigen ogen en daar beginnen de maatschappelijke problemen. Alleen de rede kan ons van dat negatieve zelfbeeld verlossen. Kafka zet de taal in als reddingsboei, als onze laatste strohalm. Een manier van overleven. Kafka leerde mij een belangrijke les: om iets te maken van het leven moet je uit bed durven te komen.
Kafka wordt altijd misantropisch gelezen. Zijn verhaal moet ons droevig stemmen. Dat is het Leitmotif: Kafka de martelaar. Max Bröd, Kafka’s vriend die de werken na zijn dood uitgaf, is voor dat beeld verantwoordelijk. Ik las Kafka meer als kinderboekenschrijver, De gedaanteverwisseling als een bizar sprookje. Ik las Kafka voordat ik Kafka las.
Bij Kafka gaat het om Gregor, om de ‘ik’. Net als in de wereld van de jongvolwassenen. Kafka schreef De Gedaanteverwisseling om de kloof tussen de ‘ik’ en de ander te dichten. Het dichten van die kloof: uiteindelijk staat dat in alle grote literatuur centraal.”

commentaar door Jerry Mager, 01 mei 2012

Meneer Benali ik vind dit: een sympathiek geschreven interpretatie en een optimistische impressie van Kafka’s verhalen.
In deze periode, met zijn herdenkingen van absurditeiten op grote schaal, is het lezen van Kafka nog niet zo’n gek idee.
Tja, maar dan schrijft u: “Wij zijn insecten in onze eigen ogen en daar beginnen de maatschappelijke problemen.” Ik kan het niet helpen, maar dat zult u – zeker in dit kader – toch vast niet bedoelen als: allemaal eigen schuld dikke bult? Alles Ungeziefer!

Bij uw filosofie van uit bed komen om iets van je leven te maken, plaats ik kanttekeningen. Ik vind hem veel te zwaar en te nadrukkelijk VNO-NCW angehaucht naar mijn smaak.
Het komt me voor dat ook Kafka uit bed komen niet dadelijk aanbeveelt voor een gelukkig leven.
Immers: zowel voor Gregor Samsa als voor Josef K. begint de narigheid in de vroege morgen, met het ontwaken en bij het uit bed komen: “Als Gregor Samsa eines Morgens aus unruhigen Träumen erwachte, fand er sich in seinem Bett zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt.” & “Jemand muszte Josef K. verleumdet haben, denn ohne dasz er etwas Böses getan hätte, wurde er eines Morgens verhaftet.”
De ongelukkigen, hadden ze maar onder de dekens kunnen blijven!
Frappant dat K. – of de verteller – direct aan het begin van dit verhaal een mogelijke reden oppert voor de arrestatie van K.. Waarom zou iemand je moeten hebben belasterd om opgepakt te worden? Waarom zou je überhaupt iets verkeerds moeten hebben gedaan om voor het gerecht gesleept te worden? Dat is een absurd idee, zoals uit de rest van het verhaal duidelijk wordt.

Over Samsa schrijft u treffend: “Hij moet vooral nog op tijd komen voor werk. Dat is lastig, als levensgrote mestkever.” Inderdaad, ik zie ze ’s morgens haastig scharrelen om op tijd op hun werk te komen, die krioelende drommen mestkevers. De OV-poortjes maken het nog moeilijker, maar ook dat hoort bij de absurditeit van het leven
Vladimir Nabokov merkt ergens op dat Gregor niet beseft dat hij onder zijn schild vleugels heeft waarmee hij weg kan vliegen, uit het raam van zijn kamer. Ook mestkevers kunnen vliegen, als ze zich tenminste niet blijven inbeelden mensen te zijn.
Volgens Max Brod zou K. met zijn innerlijke rechter in de clinch liggen. U hint daar ook op: “ Bij Kafka gaat het om Gregor, om de ‘ik’.” Nou, dat geef ik je te doen. In dat geval zal menigeen zelfs aan een jaar in bed vast niet genoeg hebben.
Wat de absurditeit van ‘ Het proces’ voor mij echter helemaal opheft, is het gegeven dat K. voorwaardelijk wordt vrijgesproken – in plaats van voorwaardelijk veroordeeld. Kafka plaatst met de voorwaardelijke vrijspraak de dingen in het juiste perspectief. Niet dat de wereld daar een grein minder absurd door wordt. Gelukkig maar.

Read Full Post »

De Economist van 14 april 2012 vraagt zich af of het Duitse economische model te kopiëren is.

“Germany’s economic model. What Germany offers the World.
Other countries would love to importGermany’s economic model. But its way of doing things is a lot less amenable to export than the wares it produces.

But is the model copiable? After a few days in East Westphalia-Lippe (now marketing itself to the world as OWL) you wonder. Beckhoff and its peers have global ambitions but their business culture has deep provincial roots. They look back as much as forward. “We have existed since 1825 and have been doing the same thing since then,” says Dieter Brand, chairman of the Sparkasse, or savings bank, in Bielefeld, the region’s biggest town. In some senses the same is true of his corporate customers.Germany may have reformed and rearticulated its model in recent years. But the underlying skeleton is ancient, and perhaps inimitable.”

Jerry Mager (April 16th 2012 / 13:45 GMT) legt uit dat aan het Duitse economische succes een ethos, een waarden- en normenpatroon ten grondslag ligt, dat zich niet zondermeer laat kopiëren.

AN OFFER YOU CAN’T REFUSE.
door Jerry Mager

“It requires years of consistently excellent performance to acquire a reputation and to establish it as a financial asset. Thereafter a still greater effort is required to maintain it: a company cannot afford to risk its years of investment by letting down its standards of quality for one moment or one inferior product; nor would it be tempted by any potential ‘quick killing.’ ” These words were written in August 1963 by Alan Greenspan in an article for The Objectivist Newsletter with the title “The Assault on Integrity” (reprinted in Ayn Rand’s “Capitalism: The Unknown Ideal“- Signet Book, 1967). At hindsight these are ironic, even cynical, words from a man who supervised a financial industry that choked the world with junk bonds and flooded her with subprime mortgages, packaged, concealed and wrapped up in all sorts of disguises, meant to mislead and dupe. All over the globe and from day to day we now are dealing with the ensuing mess and the end of the misery is not to be perceived yet.
Good for the Germans that Germany is not like America (yet?). Good for the Euro countries too.|

As the subtitle of this Economist article on Germany’s economic success precisely states: it all is about “its way of doing things” and the solid reputation and high self esteem it gains thereby. For, sound self esteem and a healthy reputation are two sides of the same coin.
One may copy whatever model, but that doesn’t mean that one does copy it lock, stock and barrel, that is to say: model, mentality and moral together in one sweep. I guess that the Germans learned this lesson the hard way when they dabbled with “American- style standardised production” and to that purpose imported unskilled guest workers. It resulted in Frau Merkels outcry that the multicultural experiment had dismally failed – “Multikulti ist völlig gescheitert!”
Not only are the elements of the “co-ordinated market economy so tightly meshed that it would be difficult to replace any one of them with an alien component” as Werner Abelshauser writes. Even mixing it with the slightest trace of alien components (“Fremdkörper”) will result in dilution and a lessening of its effectiveness exponentially. Thus, not only tightly meshed but imbued, saturated with that particular ethos as well.
This article scratches at the surface of what is the gist of the argument: culture, ethos, and maybe religion (see T.S. Eliot’s “Notes toward the Definition of Culture” for some inspiring thoughts on this matter; I can also recommend “The Puritan Gift” by the brothers William and Kenneth Hopper).

In this article the pivotal role of the German ethos shines through in sentences like: “… trust, relying on the principle that nobody will make full use of his freedom by grabbing everything he can” and “The point is not to maximise short-term profit [Markus Miele] but to aim at where we want to be when we hand over to the next generation.” Hans Beckhoff declares himself against debt and according to him: “Families behind the ‘Mittelstand’ live in an acceptable, modest and healthy way.” This mental-ethical orientation of the German “Mittelstand” seems to be local and global at the same time. “Gemeinschaft” and “Gesellschaft” combined (please, google Ferdinand Tönnies for this pair). So the world is their oyster. Their point of reference concerning regard, esteem (“Achtung” is an interesting German word) and reputation is local, provincial, and global at the same time. (John le Carré wrote interestingly about at least one of those “small towns in Germany” being Bonn)
The German vocational training system – besides imparting highly professional skills and knowledge – serves as a vehicle for transmitting, passing on and instilling these values from generation to generation. If this is what Germany has to offer the world indeed I would say that the world is hardly in a state and position to refuse.

Read Full Post »

door Bas Heijne  in De Standaard op  maandag 12 maart 2012

Nadat blogger en commentator Andrew Breitbart vorige week op het trottoir van een dure wijk in Los Angeles was bezweken aan een hartaanval, werd hij door nagenoeg alle Republikeinse presidentskandidaten de hemel in geprezen. Santorum: ‘Een groot verlies.’ Romney: ‘Een onverschrokken conservatief.’ Gingrich: ‘De meest vernieuwende pionier op het gebied van conservatief activisme in de Amerikaanse sociale media.’

Zijn erfenis? Breitbart, die stierf op zijn drieënveertigste, stond aan de wieg van The Huffington Post, had een column in The Washington Times, bezat verschillende websites. Hij was vooral bekend als politieke schreeuwlelijk. Hij speelde de hoofdrol in schandaaltjes: het was Breitbart die de foto’s lekte waarop Congreslid Anthony Weiner zijn stijve toonde, hij was het die beelden manipuleerde waarop een zwarte vrouwelijke ambtenaar racisme ten opzichte van blanken leek te prediken. Weiner moest aftreden, de vrouw raakte haar baan kwijt. Op het web vind je fragmenten waarin hij zijn tegenstanders luidkeels voor rotte vis uitmaakt. Wie het waagde hem tegen te spreken, was een ‘despicable human being’. Breitbart genoot er zichtbaar van. Het bleek niet goed voor zijn hart.

Wat bewoog hem? Op zijn websites gaat het vooral om een oneindige stroom verdachtmakingen richting alles wat progressief of Democraat heet te zijn. Iedere dag opnieuw wordt Obama ontmaskerd. Beschuldigingen, insinuaties – en zo nu en dan een heksenjacht. Het is voortdurend aanvallend spel, zonder dat een persoonlijke inzet zichtbaar wordt – het vernietigen van de tegenstander lijkt een doel op zich.

In een in memoriam werd Breitbart beschreven als ‘half entertainer, half politiek activist’. Op zijn Wiki-pagina wordt hijzelf geciteerd: ‘I’m committed to the destruction of the old media guard. And it’s a very good business model.’ Volgens een journalist van The New York Times voorzag hij in de onstilbare behoefte van de media aan ‘materiaal’. Er was, kortom, altijd wat.

Half entertainer – misschien is dat wel de meest verrassende tendens van de afgelopen jaren, dat maatschappelijke kwesties en vooral de politiek zelf tot een vorm van vermaak zijn geworden. De verwachting was anders: cultuurpessimisten vreesden altijd dat de hedonistische mens zich van de wereld zou afkeren en zich met louter trivia zou bezighouden – niet dat hij de wereld zelf zou trivialiseren. Nog niet zo lang geleden waagde een politicus zich af en toe – dat wil zeggen, tegen verkiezingstijd – in het domein van de populaire media, waarin hij dan meestal een beetje onhandig populair ging doen. Een laatste echo daarvan zagen we toen Job Cohen vorig jaar in een middagprogramma voor bijna-bejaarden de polonaise deed.

Das war einmal. De kandidaten voor het partijleiderschap van de PvdA werden de afgelopen weken voortdurend op televisie aangesproken – op hun vermogen om met de populaire media om te gaan. Wanneer je niet eens bestand bent tegen Matthijs, hoorde ik steeds, dan gaat het je tegen Wilders ook niet lukken.

Het is die nieuwe orde waarin de politicus Cohen ten onder ging. Ik vermoed dat voor de onlangs overleden Anil Ramdas hetzelfde gold. Waar hij, denk ik, niet tegen kon, was niet zozeer dat zijn opponenten in het integratiedebat er een andere mening op nahielden, maar dat ze een heel ander spel leken te spelen. Dat was het spel waarin een man als Breitbart zich juist zo bedreven toonde – prikken, honen, half serieus, maar vooral hyperbolisch.

Ramdas nam die handschoen op; hij ging terugschelden tegen mensen die het woord intellectueel alleen gebruiken in combinatie met quasi-. Met als resultaat dat hij in een naargeestige maalstroom van beledigingen terechtkwam – veel reacties onder zijn columns op de site van het Vlaams-Nederlandse culturele instituut ‘De Buren’ waren onbeschaamd racistisch. Het is een strijd die je niet kunt winnen – omdat voor je tegenstanders de strijd zélf het genot is.

Maar de Breitbarts van deze wereld – winnen die? Van zeer aanwezige mensen wordt na hun dood gezegd dat zij een leegte achterlaten. In het geval van Breitbart klinken die woorden akelig wrang. Een hoop lawaai en woede, zonder betekenis. 

REACTIE – zie ook De Standaard   

Op 12 maart 2012, zei Jerry Mager:

Lawaai en woede, zonder betekenis; sound and fury, signifying nothing. Macbeth en Faulkner, natuurlijk. Hier vooral Faulkner, omdat de desintegratie van de Compson familie parallel aan vooral de traumatische mentale dekolonisatie van de Zuidelijke staten van de USA, bij mij associaties oproept met wat er momenteel volop in de VS aan de hand lijkt. Niet alleen in de media in de USA, ook in de Nederlandse rukt de hersenloze hufterigheid onder de dekmantel van vrije pers en nieuwsgaring onstuimig op. BH refereert aan Anil Ramdas, maar recentelijk gebeurde rondom een columniste van een politiek praatprogramma iets dergelijks toen zij de ‘methode’ van het soort ‘journalisten’ dat BH beschrijft in haar column aan de kaak stelde. Rel geboren! Zij viel de vrije pers aan! In de polder was de wereld te klein en stond op zijn kop tegelijk.

De reacties van Santorum, Romney en Gingrich op de dood van Breitbart laten zich voor mij een op een vergelijken met de mening van Nederlandse politici die ik heb gezien en gehoord toen hen werd gevraagd wat zij vonden van de rel rond de journalist en de columniste: niemand zei dat hij/zij vond dat die ‘journalist’ zich voortaan moest gedragen of anders ophoepelen met zijn zinledige paljasserij, die hij onder het mom van vrije nieuwsgaring uitleeft. Ben je niet gediend van stompzinnigheid, dan heb je in de moderne politiek dus niets te zoeken. Verraderlijk vind ik het dubbele dat aan dit verschijnsel kleeft en dat wel degelijk de kwaliteit van democratie ondergraaft, omdat het stellen van ècht indringende vragen geënt op dieper gravend onderzoek en analyse van politiek-saillante verbanden, verdwijnt ten faveure van een quasie-gebeuren dat heet te staan voor de vrijheid van meningsuiting en nieuwsgaring, maar dat een wonderlijke inhoudloze amusements- en sensatiepers belichaamt.

Prangende ad rem vragen die politici echt zouden doen zweten vanwege de politiek-diplomatieke lading en bestuurlijke draagwijdte, die worden juist niét gesteld. Dus resistentie tegen journalistieke hufterigheid – die volgens mij steeds meer en vaker journalistiek onvermogen en gebrek aan intellectuele bagage moet maskeren – prevaleert meer en meer boven inhoudelijk politieke bekwaamheden en kwaliteit. Gevolg: uitgerekend diegenen die je juist niet als volksvertegenwoordiger zou moeten willen hebben, juist die elementen komen in deze atmosfeer bovendrijven en achter de knoppen van alles en nog wat te zitten. De complementaire hufters. Inhoud wordt ondergeschikt en opgeofferd aan het journalistiek hufterproof-zijn. Wie zijn er meest hufteroproof ? Volgens mij zijn vooral de grootste hufters dat het meeste. De hufters lijken op alle fronten te winnen, maar wij burgers krijgen de rekening gepresenteerd.

Een recent voorbeeld van politiek en journalistiek verzaken: de Nederlandse Volksvertegenwoordigers gingen zonder al te veel tegenstand akkoord met de verhoging van de griffierechten  (onder het mom van besparingen!), waardoor het beginsel van gelijke toegang tot de rechtsmiddelen  in gevaar komt. Rechters protesteerden in de media. Natuurlijk.Verweer van de burger tegen de overheid en het bestuur wordt hierdoor immers gefrustreerd en submiddelmatige bestuurders die vanwege een politieke partij op lucratieve postjes worden geplakt, zijn moeilijker via de rechter aan te pakken op hun feilen, omdat de kosten daaraan verbonden prohibitief hoog zijn. Hierover zou de pers me dunkt een rel van hier tot Tokio moeten schoppen. Quod non. Vermoedelijk niet amusant genoeg. Totdat je er zelf mee van doen krijgt natuurlijk. Maar dan is het te laat.

Ik heb over dit onderwerp in de Nederlandse media niets opzienbarends gehoord of gezien, terwijl dit toch een rel van jewelste behoorde op te leveren. Verhoog daarentegen de benzineprijs en de kranten staan dagenlang bol van oproepen de vermetele bewindspersoon te stenigen en te kielhalen. Omgekeerd wil menigeen een minister die de maximumsenlheid verhoogt op bepaalde wegtrajecten meteen maar Minister van Staat maken en haar diepste zieleroerselen over van alles en nog wat weten. Plus dat zij olijke foto’s krijgt, natuurlijk. Deze pernicieuze tendens van steeds opdringeriger en almaar nietszeggender hufterigheid onder de dekmantel van democratische vrije pers, bevoordeelt dus zowel de nitwit pseudo-journalist als zijn complementaire tegenspelers. Beiden produceren in collusie een kwalijk soort ‘vermaak’ dat ons allen geen steek verder helpt – en wat mij betreft bovendien op geen enkele amusements- of vermaakswaarde kan bogen. Not amusing at all.

Read Full Post »

Stemmen op Poetin (5) door Michel Krielaars 
in de NRC van 07 maart 2012

* zie de NRC voor volledige tekst 
Of Poetin nu met 53 procent heeft gewonnen, zoals Russische verkiezingswaarnemers van Burger Waarnemer, Jabloko en Golos beweren (zie Novaja Gazeta van vandaag), of met 64 procent, zoals de Centrale Kiescommissie zegt, sowieso is hij de winnaar van de afgelopen presidentsverkiezingen. Want zelfs als je van die 53 procent alle stemmen aftrekt, die min of meer onder dwang zijn uitgebracht, dan nog blijft er een harde kern van zo’n 35 procent van het electoraat over, die echt in hem gelooft. En daarmee wint hij van alle andere presindetskandidaten.

Die kern van Poetin-aanhangers kom je weliswaar in beperkte mate tegen in Moskou en Sint-Petersburg, maar bevindt zich vooral in de provincie. Op het Manegeplein waren ze de afgelopen dagen niet te vinden, want iedere ‘Poetinaanhanger’ of Nasji-activist die daar rondliep, was toch echt alleen tegen betaling komen opdagen, het spijt me voor hen die anders geloofden.
In de provincie wordt Poetin gezien als de beste garantie voor stabiliteit en vooruitgang. Ook heeft hij daar de reputatie van de enige die het Amerikaanse beest buiten de poorten kan houden. Want als er iets de afgelopen maanden is gebleken, dan is het hoe groot het wantrouwen van Poetin jegens de Verenigde Staten is. Niet ten onrechte wordt er in veel media op gewezen dat de Oost-Westbetrekkingen moeilijke tijden te wachten staan. Dat kon je ook al opmerken uit de eerste felicitaties die Poetin ontving: van de bevriende leiders van Syrië en Iran.

Toch moet je de verkiezingsstrijd ook oneerlijk noemen. Want Poetins zogenaamde tegenkandidaten hebben – zoals door de OVSE ook is benadrukt – amper kans gekregen om een normale verkiezingscampagne te voeren. Poetin heeft de afgelopen maanden heel Rusland doorgereisd, overal grote financiële beloftes gedaan, vooral aan het leger. Als beheerder van de staatskas kan hij dat makkelijk doen. Het is de klassieke methode van presidenten uit Zuid-Amerikaanse bananenrepublieken, waarvan het huidige Rusland sinds 1996 een Europese variant is geworden. Bovendien waren de tegenkandidaten als alternatief voor Poetin in de ogen van veel Russen ongeloofwaardig, juist omdat iedereen weet dat ze marionetten van het Kremlin zijn.
……………  …………………  …………..
Hoe het Kremlin erin zal slagen die middenklasse te paciferen, wordt de grote vraag van de komende maanden. De mogelijke vrijlating van Chodorkovski, zoals gisteren door Medvedev werd aangekondigd nadat hij – met toestemming van Poetin – opdracht had gegeven om de aanklacht tegen de in ongenade gevallen oligarch opnieuw te onderzoeken, zou een eerste stap kunnen zijn. Al kan ik het me niet voorstellen dat dit gebeurt, gezien de haatdragende taal die Poetin in het nabije verleden aan Chodorkovski’s adres heeft geuit en het gevaar dat de charismatische en bij de protesterende middenklasse geliefde Chodorkovski op politiek gebied voor hem vormt. http://www.youtube.com/watch?v=xSzAcIgv9NU
………..  ………………..
De politiegeneraals, die bij de Poesjkinbiosscoop vanaf een verhoging lachend en zelfingenomen toekeken hoe hun manschappen te werk gingen alsof ze naar een slapstickfilm keken, verschilden trouwens in hoge mate van de angstige ordehandhavers in burger, die ik tijdens de betoging van 5 december zag. ,,Met een beetje geluk kunnen we nog twaalf jaar door sparen,” zei vanmorgen mijn bovenbuurman, een politiegeneraal, die net een tweede villa in Zuid-Frankrijk heeft gekocht.
……………….  ……………………..
Zaterdag wordt op de Nieuwe Arbat een nieuwe anti-Poetindemonstratie gehouden. Er mogen maximaal 50.000 mensen aan meedoen. Maar zoals het er nu naar uitziet, wordt het geen succes. Voor de protesterende middenklasse lijkt het over, wat maandagavond al te merken was aan de neerslachtigheid die in hun gelederen was waar te nemen. Zolang de olieprijs hoog staat, zitten Poetin en zijn clan goed. De behoudende Russen kunnen tevreden zijn.
De vraag is alleen hoe lang dat gaat duren. Het lijkt er namelijk op dat er onder Poetins systeem van een zich verveelvoudigende corruptie en een gebrek aan initiatief om de economie daadwerkelijk te diversifiëren er de komende jaren sprake zal zijn van stagnatie. Zeker nu Poetin een groot deel van het budget aan het leger gaat uitgeven en, zoals de bekwame ex-minister van Financiën Koedrin in september al heeft aangegeven, er over een paar jaar geen kopeke meer over is om de pensioenen van te betalen en het onderwijs en de wetenschap weer een beetje op niveau te krijgen. Ook wat dat betreft begint Rusland steeds meer op het door het Nederlandse bedrijfsleven bewonderde Chili van generaal Pinochet en buurland Wit-Rusland te lijken. Door iedereen moet daarom gehoopt worden dat Poetin de komende jaren de hebzucht van de hem omringende machtselite (voor hun namen, miljardenvermogens, familiebanden, etc. zie: http://eng.election2012.ru/reports/1/) in bedwang kan houden en er, anders dan Medvedev, in slaagt de economie van zijn land te hervormen en nieuwe oppositiepartijen een kans te geven.

 

Jerry Mager schrijft op 8 maart  (zie NRC voor meer reacties) 

Ik begin zo langzamerhand toch ietwat balsturig te worden, omdat wij niet op Vlad Poetin en Mitt Romney mogen stemmen. Waarom eigenlijk niet? Het is tenslotte geglobaliseerd amusement. In zo’n carrouselbusje gratis door Moskou worden getourd, dat lijkt me wel wat. Ongetwijfeld komt daar een knap hand- en drinkgeldje bij, dus dat zie ik wel zitten.

De webstek Election2012 die Michel Krielaars aan het eind geeft, doet bij mij enige weemoed rijzen: waarom hebben wij zoiets niet (meer)? Bijvoorbeeld, die nieuwste ophanden zijnde parlementaire enquête over het reilen en zeilen bij de geprivatiseerde woningbouwcorporaties en hun vetverdienende managers doet me nu al gaaaapen. Weer een aantal dikbetaalde bijbaantjes voor politici die in zo’n enquête-commissie worden gemanoevreerd als beloning voor “aan de partij” bewezen diensten. Op ons aller kosten en zonder dat we daar veel resultaat en toegevoegde maatschappelijk waarde voor terugzien. Gaááháááp. (By the way, dáárom is volgens mij het PvdA-partij-establishment zo tégen samenwerking met de SP, want dan zou vriendjespolitiek rond de staatsruif weleens in schrille contrasten kunnen komen te staan)

Op de site E2012 lees ik o.a.: ”The report compiles and organizes all publicly available information on business ties of Russian Government members and their closest family. The authors carefully verified all the information using publicly available sources, including various databases, the official government registry of companies, company financial reports, and information from tax, registration and other authorities. Combining this information in one report enabled us to get a clear picture of the inter-relationship between various Government ministers’ business interests and the interests of their closest family members and friends. “
Dat is andere journalistieke koek dan wij krijgen voorgesneden. Hier berichten zich als kwaliteitskrant afficherende gazetten over een man die onder een lawine werd bedolven, op een manier die voor mij de grenzen van zowel het betamelijk als het banale meer dan eens overschreed, terwijl bijvoorbeeld over de falende managers van woningcorporaties na enkele obligate verontwaardigde stukken het stilzwijgen verder wordt bewaard. Wat wordt er van die fat cats? (bijvoorbeeld van Woonbron en Vestia). Waar gaan zulke lui met hun dure wachtgeld wonen? Ongetwijfeld in vergelijkbare negorijen als die Russische politiegeneraals. Indien ze niet alweer geruisloos aan de Staatstrog worden ingeplugd.

Geen wonder dat ik van mensen hoorde – al langer geleden trouwens – die hun optrekjes in die contreien verkochten, omdat de buurt zo achteruit kachelde vanwege de nieuwe buren.
Destijds, zo begreep ik, ging het vooral om exponenten van dat bedrijfsleven die Pinochet en Wit-Rusland zo vurig bewonderen, maar de soorten niet te pruimen nouveau riches breiden zich als een resistent virulent pestvirus in kwiek tempo uit. De wet van Gresham geldt ook voor die topos: snobistic-and-worse-neighbours drive out the nice and normal neighbours.

Een Christian Wulff krijgt als ex-bondspresident van Duitsland levenslang aan fooi uit de staatskas twee ton uitbetaald. Als dat geen perverse prikkel is, weet ik het niet. Maar de grootste heisa in de media gaat over het aantal afzeggingen van bobo’s voor de taptoe en het afscheidsfeestje die Wulff rechtens en van staatswege toekomen! Goddank. Gelukkig zijn ze buiten ons welgemanierde Westeuropa veel corrupter, want daar zijn zulke zaken niet beschaafd bij wet geregeld.
Om positief af te ronden: wat ik enigszins hoopgevend vind is dat Michel Krielaars meldt dat die Russische ordehandhavers in burger angstig zouden zijn; blijkbaar geen sadistische thugs-in-staatsdienst die voor zo’n gelegenheid uit de martelkelders van de Loebjanka (Лубянка) worden gevist en op het volk losgelaten. Zo hep elk nadeel toch z’n voordeel. Nu bij ons nog.

www.nelpuntnl.nl

 

Read Full Post »

Peter De Roover in De Standaard van maandag 27 februari 2012

* zie De Standaard voor de volledige tekst

Als het van PETER DE ROOVER afhangt, is dit het laatste stukje over Europa dat op de opiniepagina’s verschijnt. Immers, debat of geen debat, het maakt toch geen bal uit.

Sla er de opiniebladzijden van de kranten op na. Schuldencrisis, problemen met de euro, Griekenland: het zijn niet de meest vrolijke thema’s, maar ze zetten wel aan tot reflectie. Er wordt over geschreven dat het een lieve lust is. Auteurs allerhande strooien de oplossingen kwistig in het rond, de ene al overtuigender dan de andere.

Waarom zou ik mijn duit niet in ‘t zakje doen, dacht ik in november. In een reeks bijdragen voor de webstek van het politieke maandblad Doorbraak buig ik me over de vraag ‘Kunnen we nog een weg uit?’ (googelen maar). Het gaat daarin over de verwrongen verhouding tussen de waarden ‘democratie’ en ‘Europese samenwerking’. De afleveringen rolden vlot uit het klavier tot de zaak in januari stokte. Een writer’s block? Nooit eerder last van gehad.

Een vrij uur kan maar één keer gevuld worden, met het lezen van een boek bijvoorbeeld. Lookbollen planten, de hond uitlaten, een lekkere tajine stoven op de houtkachel, of een pint drinken met vrienden zijn andere mogelijkheden. Een stuk schrijven voor een blog of krant ook. Tot januari deed ik dat dus over het grote thema Europa. Toen overviel me het bijzonder onbehaaglijke gevoel dat het eigenlijk niks uitmaakt of ik die dingen schrijf of niet. Ter attentie van andersdenkende collega-stukjesschrijvers die zich nu verlustigen omdat ik mijn betekenisloosheid eindelijk begin te beseffen: als het over Europa gaat, maakt het ook geen bal uit of jullie iets aan het papier toevertrouwen dan wel stevig in de drank vliegen.

……………  …………  zie De Standaard  ………….  …………….

REACTIES

Op 02 maart 2012, zei Jerry Mager:
De door Peter De Roover ervaren machteloosheid van de opiniestukjesschrijver zal er vermoedelijk niet door verminderen, maar toch attendeer ik hem op een recente song van Bruce Springsteen: We take care of our own.  De tekst verwijst nergens expliciet naar bankiers, bonusbandieten of meeheulende politici, maar Amerikaanse vrienden mailden mij enthousiast dat deze song natuurlijk over de financiële fielten gaat die met hun hebzucht miljoenen mensen in de narigheid gestort hebben. U kunt de lyrics duck-en (duckduckgo is een alternatief voor google, die onze gegevens schijnt te willen marketen). We take care of our own kan evengoed worden uitgelegd met: wij nemen onze eigen verantwoordelijkheid. Die neoliberale verlakkerijmantra bij uitstek, die de facto betekent: burgers, kiezers, zoek het lekker zelf maar uit. Ieder voor zich en een lange neus naar de medemens. Juist die mogelijke meerduidigheid kan deze song invloedrijk doen zijn voor de publieke opinie; veel meer dan columnisten.

PDR’s stukje over ons democratisch systeem met die veelgeprezen vrijheid van meningsuiting doet mij sterk denken aan fantoompijn of –jeuk bij mensen die geamputeerd zijn: ze voelen jeuk aan ledematen die ze niet meer hebben, net zoals wij gaan stemmen alsof we daarmee ons lot nog kunnen beïvloeden, zoals vroeger, toen democratie nog een hoog democratisch gehalte had. Dit stuk van PDR en de discussie die er rondomheen ontstond – inclusief het stuk van Steven van Hecke – heeft mij tevens geïnspireerd om dit weekend ons seminar te wijden aan One Flew Over the Cuckoo’s Nest in combinatie met ‘De mythe van Sisyphus’ (Camus). Jack Nicholson als deviant – vooruit, als kritische columnist die indringende kanttekeningen maakt bij het systeem – die de absurditeit van het gesticht ( a ‘total institution’ vlgs. Erving Goffman) bevecht, en het meeste succes heeft wanneer hij doet alsof hij zich aanpast aan de totale krankzinnigheid. Wie zijn er in zuster Mildreds afdeling nou echt gek.

Bij het zien van de film vraag je je allengs af of de meeste en gevaarlijkste gekken niet buiten de gestichtsmuren rondlopen – en tegenwoordig als Gordon Gekko’s op het schild worden geheven, terwijl ze ons allemaal de vernieling in helpen. Je lijkt nog het beste af wanneer je je voegt naar de gekte en liefst een management-positie in het dolhuis bemachtigt, zodat je als hoofdnar tenminste kunt meebepalen wie er al dan niet bijhoren, al dan niet begunstigd, bevoorrecht of gestraft worden. Tegendraadsheid is niet erg winstgevend. Ondanks alle absurditeit om ons heen lijkt: lookbollen planten, de hond uitlaten, een lekkere tajine stoven op de houtkachel, of een pint drinken met vrienden, een effectieve manier van leven om nog enigszins ‘normaal’ in deze wereld te blijven staan. Als je dan af toe een plichtmatige column moet plegen om die levenswijze te waarborgen, lijkt me dat vooralsnog een alleszins redelijke prijs.

Read Full Post »

Older Posts »