Feeds:
Posts
Comments

Archive for the ‘socio-economisch’ Category

door Jerry Mager
gepost op vrijdag, 28 juni 2013

“Yet we might interpret the implications of Weber’s work in quite a different fashion. The core of capitalist spirit was not so much its ethic of denial as its motivational urgency, shorn of the traditional frameworks which had connected striving with morality.”
Anthony Giddens (1994:70): Living in a Post-Traditional Society

“Das Problem des Vertrauens besteht nämlich darin, daβ die Zukunft sehr viel mehr Möglichkeiten enthält, als in der Gegenwart aktualisiert und damit in die Vergangenheit
überführt werden können. ( ) Die Zukunft überfordert das Vergegenwärtigungspotential des Menschen. Und doch muβ der Mensch in der Gegenwart mit einer solchen, stets überkomplexen Zukunft leben. ( ) Diese Leistung ist unvertragbar. ( ) Vertrauen ist eine der Möglichkeiten, sie zu erbringen.“
Niklas Luhmann (1968:10): Vertrauen.

“In risk issues, no one is an expert, or everyone is an expert, because the experts presume what they are supposed to make possible and produce: cultural acceptance.”
Ulrich Beck (1994:9): The Reinvention of Politics

“The universality of capitalism resides in the fact that capitalism is not a name for a ‘civilization,’ for a specific cultural-symbolic world, but the name for a neutral economico-symbolic machine which operates with Asian values as well as with others, so that Europe’s world wide triumph is its defeat, self-obliteration, the cutting of the umbilical link to Europe.”
Slavoj Žižek (2009:318): The Parallax View

Naar een dienstbaar en stabiel bankwezen” luidt de titel van het rapport dat de Commissie Structuur Nederlandse Banken onder leiding van oud-Rabobanktopman Herman Wijffels vandaag (vrijdag, 28 juni 2013) presenteert aan de Nederlandse politiek.

Voor iedereen die de narigheid in de financiële sector de afgelopen periode enigszins gevolgd heeft, is dit rapport vooral een verhaal van de bekende open deuren. Hiermee bedoel ik geenszins een diskwalificatie. Voornaamste oogmerk en functie van het rapport lijkt te zijn: Nederlandse politici een legitimatie bieden om met name de Nederlandse hypotheekregelingen en de vastgoedmarkt grondig op de schop te nemen: kijk eens mensen, het moet nu eenmaal gebeuren, het is niet onze schuld. In dit rapport van bijna 50 pagina’s leggen de experst nogeens haarfijn uit waarom het zo dringend nodig is dat onze hypotheekrenteaftrekregelingen grondige herziening behoeven. Misschien kunnen in de bancaire biotoop niet vaak genoeg open deuren worden ingetrapt. Dat bankiers, toezichthouders, lobbyisten, politici en dergelijke lieden, nodig te drogen moeten worden gehangen en op de tocht gezet, hebben de gepasseerde crises me dunkt keer op bewezen, benadrukt en onderstreept.
Enige saillante punten en passages die mij in het rapport opvielen stip ik hier kort aan. Ik verwijs hierbij naar de pdf-versie die op internet is te lezen en van het web gedownload kan worden.

dagobert_duck_0391 - 40 procent afbeeld

Verlies van vertrouwen

Curieus dat de opdracht aan “de banken” om ons vertrouwen te herwinnen als laatste wordt genoemd van de elf aanbevelingen die commissie Wijffels op pagina 11-12 doet.
Publiek vertrouwen vestigen, bestendigen, koesteren, uitbouwen en nimmer beschamen, zou het vanzelfsprekende mission statement van banken dienen te zijn. Het opkalefateren van hetgeen er nu nog rest aan rudimentair vertrouwen in bankiers c.s., is vanzelfsprekend de eerste opdracht die bankiers, toezichthouders, politici, rating agencies, lobbyisten en al die andere personen die in de financiële biotoop grasduinen, zich hevig, dringend en urgent moeten aantrekken. Daarom dat punt 11 vooraan moet staan en niet als spuit elf en hekkensluiter fungeren.
Uit de samenvatting op pagina 7: “De aanleiding voor dit onderzoek is dat de banken in de afgelopen jaren onvoldoende dienstbaar en stabiel zijn geweest. (… ) Tijdens de crisis bleken verschillende banken in Nederland omvangrijke staatssteun nodig te hebben. Daardoor is een vertrouwensbreuk ontstaan tussen de maatschappij en de banken. Dit is ernstig omdat banken essentiële functies voor de economie vervullen.
De oorzaak van de vertrouwensbreuk leggen bij het feit dat banken omvangrijke staatssteun nodig hadden om niet om te vallen, is inmiddels een bekende en treurige move. Zoiets in de trant van: er stak een harde wind op en toen dreigden de banken dus om te vallen. Zomaar en zonder dat ook maar iemand er iets aan zou hebben kunnen doen. Aan de oorzaken van de laatste financiële crisis wordt min of meer voorbijgegaan, terwijl het precies de oorzaken van die crisis zijn (i.e. incompetente, verzakende, bankiers en toezichthouders!), die voor eroderend publiek vertrouwen in de bankwereld zorgen.
Het consequent spreken over “de banken” vind ik bijna net zo sneu. Banken zijn immers reïficaties, concepten die verstoffelijkt worden, maar het blijven desniettemin abstracte begrippen. Banken graaien niet naar bonussen bovenop hun toch al onwerkelijke salarissen. Banken doen niets. Het zijn de piepeltjes die de banken bevolken die het hem doen. Deze personen als “de banken” benoemen, houdt ze anoniem en amorf, zij krijgen geen gezicht, het zijn onzijdige geslachtloze wezens, net zo ongrijpbaar als “de vergrijzing” en “de klimaatverandering”.

Banken dienen het verloren vertrouwen te herwinnen door te laten zien dat zij er zijn voor de klant en dat zij de belangen van de maatschappij in het oog houden.(… ) Het impliciete sociaal contract, dat van oudsher geldt tussen banken en de maatschappij, dient te worden herbevestigd. Dit contract houdt in dat de overheid de banken beschermt tegen irrationeel gedrag van klanten (bankruns) en tijdelijke liquiditeitstekorten. In ruil hiervoor verwacht de maatschappij van banken dat zij hun rol in de economie vervullen,hun cliënten adequaat bedienen en veilig opereren.” (p. 17)
Banken kunnen geen vertrouwen winnen, en bankruns typeren als irrationeel gedrag van klanten, vind ik vrij kwalijk. De schuld ligt wederom niet bij de blunderende bankiers en tukkende toezichthouders, maar bij ons, het irrationele publiek. Waarom willen mensen hun geld terug van een bank? Dat willen mensen omdat ze de boel niet vertrouwen. Is dat irrationeel? Als er geen reden voor dat wantrouwen zou zijn, ja dan wel. Echter, het recente verleden en de huidige gang van zaken laten ons onverbloemd en keihard zien dat het juist irrationeel zou zijn om zoals – ooit en heel lang geleden – een onbegrensd vertrouwen in banken (en de bankiers!) te blijven stellen. Dus “het impliciete sociaal contract” tussen banken en de burgers geldt niet langer als vanzelfsprekend. Dus “herbevestigen” van dat sociaal contract (zie hierna) kan helemaal niet, want iets wat er niet (meer) is, kan niet herbevestigd worden. Dat vertrouwen moet van de grond af worden opgebouwd. De bankiers c.s. lijken nog niet erg enthousiast om daaraan mee te werken. Zij hebben de smaak van slapende-rijk-worden inmiddels flink te pakken. Om ze daarvan te laten afkicken, zijn veel sterkere middelen nodig dan rapporten berstensvol omzwachteld taalgebruik.

– “afwikkeling” (zie o.a. pagina 11,15,21,24,26)
Het woord “afwikkeling” is een voorbeeld van zo’n eufemisme dat verantwoordelijkheidvervagend en -verstuivend werkt.

– “gestuurd door het marktmechanisme” (pagina 7,17) vind ik een weinig geruststellende woordcombinatie, waaruit blijkt dat marktfundamentalisme en marktfetisjisme diep in de haarvaten is doorgedrongen en bij velen neuronaal ingesleten.

p. 17: “De commissie beveelt aan dat banken het sociaal contract herbevestigen door hun visie op de rol die zij in de samenleving vervullen te expliciteren in een maatschappelijk statuut en daarover de publieke dialoog aan te gaan. Hierin kunnen banken gezamenlijk aan de maatschappij verklaren wat zij zullen doen om te zorgen dat zij dienstbaar en stabiel zullen zijn. De functie van een dergelijk document is dat het kan helpen waarborgen dat banken in de juiste geest handelen, iets dat met alleen maar meer regelgeving niet te bereiken is. Banken kunnen daarin uiteenzetten hoe zij hun rol in de allocatie van kapitaal ten dienste van de Nederlandse economie zullen invullen en daarover het maatschappelijk debat voeren.” (p. 17)
Gooi dat maar in m’n pet. Natuurlijk is regelgeving alleen, hoe uitgewerkt en gedetailleerd ook, niet werkbaar. Maar, zou het werkelijk helpen ons vertrouwen in de bankiers (“banken” zijn reïficaties die afstand scheppen en verantwoordelijkheden verstuiven ) opnieuw te vestigen, wanneer die bankiers ons vertellen “wat zij zullen doen om te zorgen dat zij dienstbaar en stabiel zullen zijn” ? Ik waag dat te betwijfelen.
Onze pensioenen worden nog steeds gekort vanwege de rotzooi die deze bankiers ervan hebben gemaakt. In feite betekenen pensioenkortingen dat het loon waartegen wij destijds onze arbeid leverden, met terugwerkende kracht wordt afgewaardeerd, verlaagd. Wij kunnen daar helemaal niets tegen doen. Wat voor mooie frases de directeur van het ABP mij ook voorschotelt om mij de onvermijdelijkheid van deze diefstal (herstructurering en korting zijn een ordinaire, platte, eufismen) te laten inzien, mijn rancune jegens de veroorzakers van de ellende wordt er niet minder op. Integendeel. Zij denken blijkbaar dat ik hun verbale verlakkerij voor zoete koek slik!

De koninklijke weg naar verbetering van de stabiliteit van banken is versterking van de kapitaalpositie teneinde de afstand tot faillissement (distance to default) te vergroten.” (p. 8) Helemaal niet. De koninkelijke weg is het werk te laten doen door betrouwbare en competente professionals en niet door hebzuchtige sukkelaars die van toeten nog blazen weten en alleen zijn geïnteresseerd in hun bonussen en remuneraties.
Daarnaast stel je toezichthouders aan die niet zitten te slapen en die ook verstand van zaken hebben. Want hoezeer je de kapitaalposities van banken ook versterkt, tegen domheid is geen kruid gewassen, om van kwaadwillige hebzucht en moedwillig maatschappelijk vandalisme maar te zwijgen.

Banken die deposito’s aantrekken dienen excessieve risico’s te vermijden. Om dit te bereiken zijn internationaal voorstellen gedaan om het depositobedrijf af te schermen van bepaalde risicovolle activiteiten en daardoor de stabiliteit te vergroten.” (p. 24) Dit verwijst naar The Glass-Steagall Act uit 1933, die voorzag in de scheiding tussen de commercial banks en de investment banks.

Verreweg het belangrijkste vind ik opmerkingen als: “14. Bestaande eisen voor het deskundigheid en betrouwbaarheid van bestuurders en commissarissen worden omgevormd tot een meeromvattende geschiktheidstoets. Toelichting: Voor commissarissen geldt voortaan ook een deskundigheidseis (voorheen behoefden commissarissen alleen deskundig te zijn voorwat betreft de bedrijfsvoering). Naast op integriteit, kennis, vaardigheden,worden bestuurders en commissarissen ook beoordeeld op bestuurlijke enleidinggevende vaardigheden, professioneel gedrag en toegevoegde waarde(geschiktheidstoets).(p.36) Natuurlijk, het klinkt nobel en rechtschapen, maar we moeten eerst maar eens afwachten en zien, en dan nogmaals ZIEN, wat hiervan in de praktijk allemaal terechtkomt. Het overzicht in Bijlage 6 (pp. 42-44) is degelijk, al zou ik de Dodd–Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act (2010) en prominenter plek gunnen dan in de voetnoet 25 op pagina 42. Juist omdat hij door politici, bankiers en beleidmakers grotendeels genegeerd lijkt worden.

Dagobert Duck hates everybody - 40 procent afmeting

John Lanchester over de financiële biotoop en zijn bevolking, in the London Review of Books

“The lack of trust simply withdraws activities. It reduces the range of possibilities for rational action. ( ) It prevents, above all, capital investment under conditions of uncertainty and risk. ( ) Through lack of trust a system may lose size; it may even shrink below a critical threshold necessary for its own reproduction at a certain level of development.”
Niklas Luhmann (1988:104): Familiarity, Confidence, Trust: Problems and Alternatives

“During the credit crunch, the conditional aspect of Libor became overpoweringly apparent, since the salient fact about the interbank market was that banks were refusing to lend money among themselves. That, in essence, was what the credit crunch was: banks being too scared to lend to each other.”
John Lanchester: Are we having fun yet?

Spannender dan dit rapport van de Commissie Wijffels (hoewel: alle uitingen in de goede richting zijn meegenomen) leest het artikel van John Lanchester in The London Review of Books – 2013 no. 13 04 juli: Are we having fun yet? ….. on the banks’ barely believable behaviour.
Lanchester legt de vinger nadrukkelijk op de zere plek: de mieze (morele) kwaliteit van degenen die met ons geld omspringen. Het artikel in LRoB is vrij toegankelijk. Ik selecteer er enkele passages uit.

“As anyone who’s been there recently can testify, the blame in Spain falls mainly on the banks – as it does in Ireland, in Greece, in the US, and pretty much everywhere else too. Here in the UK, feelings were nicely summed up by the Parliamentary Commission on Banking Standards, which reported on 19 June that ‘the public have a sense that advantage has been taken of them, that bankers have received huge rewards, that some of those rewards have not been properly earned, and in some cases have been obtained through dishonesty, and that these huge rewards are excessive, bearing little or no relation to the work done.’
The report eye-catchingly called for senior bankers to face jail.
In the midst of this cacophony of largely justified accusations, the banks have had a strange kind of good fortune: the noise is now so loud that it’s become hard to hear specific complaints of wrongdoing. That’s lucky for them, because there’s one particular scandal which really deserves to stand out. The scandal I have in mind is that of mis-sold payment protection insurance (PPI). The banks are additionally lucky in that there’s something inherently unsexy about the whole idea of PPI, from the numbing acronym to the fact that the whole idea of a scandal about insurance payments seems inherently dreary and low-scale. But if there hadn’t been so much other lurid wrongdoing in the world of finance, and if mis-sold payment protection insurance had a sexier name, PPI would stand out as the biggest scandal in the history of British banking.

This is a big claim to make: an especially big claim to make at the moment, when bank scandals come around with a regularity which in almost any other context would be soothing. Here’s a short recap of some of the greatest hits of the noughties. Just to keep things simple, I’m going to leave out the biggest of them all, the grotesque toxic-asset and derivative spree which took the global financial system to the edge of the abyss. That was the precursor and proximate cause of the difficulties which are affecting the entire Western world at the moment, but the causal mechanisms connecting the initial crisis and our current predicament are a separate subject.
The crisis and its consequences are too big to count as a scandal: they’re more like a climate. We can all agree that we’d prefer a different climate. We can all agree that we have no idea when this one will change.
( … )
The trouble with this thinking is that it missed out the fundamental fact about banking: that it is based on trust – on credit in more than just the economic sense. Trust is the banks’ most important intangible asset: if it were lacking, none of us would ever use them for anything, ever. In a sense, trust is what banks do. In a capitalist economy, companies make money by supplying needs or wants: we pay for things knowing that some of that money is profit for the businesses involved, and are in general content to do so, because we know that’s how the system works. Companies align themselves with our interests and make money in the process.
( … )
Banks are perfectly placed to make money by aligning themselves with their customers’ interests. That process is baked into what they do: they align themselves with us by taking our deposits and looking after them safely, and they align themselves with us by lending us money to buy things and houses and keep the economy running. Their business is our interests. Or should be. But the PPI scandal showed a fundamental breach in that alignment between them and us. The other scandals of recent years are variations on the theme of banks breaking rules and making mistakes. This, though, wasn’t a mistake or a rule-breach, or rather it was, but the main thing about it was an order of magnitude more important. PPI was about banks breaking trust by exploiting their customers, not accidentally, but as a matter of deliberate and sustained policy. They sold policies which they knew did not serve the ends they were supposed to serve and in doing so treated their customers purely as an extractive resource. That is why, uncharismatic as it sounds and dreary in many of its specifics as it is, PPI is the worst scandal in the history of British banking: the one that shows just how badly wrong the industry had gone, and just how fundamentally it violated what should have been its basic values. No wonder that there’s been what the Parliamentary Commission on Banking Standards, in the very first sentence of its 571-page report, calls ‘a profound loss of trust born of profound lapses in banking standards’. PPI is the final proof that our banks became rotten.”

Dit is toch andere koek dan het wat omzichtige – zeker naar de bankiers toe – proza van het rapport Wijffels. Bij het opstellen en expliciet maken van hun waardenkompas dat als basis voor een vernieuwd “sociaal contract” moet dienen, kunnen de financiële Finocchio’s en Pipo’s echter naar hartelust uit het rapport van Wijffels c.s. putten. Ook dit is een positief punt dat Wijffels c.s. wat mij betreft zetten.

* * *

luister- & leestips

Een onderhoudend en overzichtelijk betoog over de Kredietcrisis is dat van de historicus Maarten van Rossem op vier CD’s die in 2012 zijn uitgebracht door de Home Academy onder de titel “Kapitalisme“.

Ulrich Beck, in: Ulrich Beck, Anthony Giddens and Scott Lash (eds) (1994/1988): Reflexive Modernization. Politics Tradition and Aesthetics in the modern Social Order / Cambridge, Oxford UK: Polity Press.

Anthony Giddens, in: Ulrich Beck, Anthony Giddens and Scott Lash (eds) (1994/1988): Reflexive Modernization. Politics Tradition and Aesthetics in the modern Social Order / Cambridge, Oxford UK: Polity Press.

Niklas Luhmann (1968): Vertrauen. Ein Mechanismus der Reduktion sozialer Komplexität / Stuttgart: Ferdinand Enke

Niklas Luhmann, in Diego Gambetta (editor) (1988:94-108): Trust: making and breaking of cooperative relations / New York, Oxford: Blackwell

Read Full Post »

door professor Dr. Gert Peersman. Universiteit Gent. Financiële economie.
De Standaard, dinsdag 22 januari 2013

# ingekort, zie DS voor full text

Het is verbijsterend om het sociale overleg te volgen. Alsof de tijd een halve eeuw heeft stilgestaan. Bij vakbonden gaat het alleen over het status-quo van sociale verworvenheden en (gemiste) hogere lonen boven op de index. Werkgevers zijn geen haar beter. Via een goed uitgekiende lobby- en mediacampagne hebben ze de mantra van te hoge loonkosten tot voornaamste staatsprioriteit verheven. En dan is er de alsmaar terugkerende hete aardappel arbeiders-bedienden. Spontaan denk ik dan: zet die plaat toch af! We leven in de eenentwintigste eeuw. ( …………………. )
Denken dat je dit met besparingen in de overheidsuitgaven of vermogensbelastingen kan opvangen, is wereldvreemd. Hoe je het ook draait of keert, we zullen allemaal langer moeten werken indien we in de toekomst nog een menswaardige sociale zekerheid willen hebben. Logisch. Sinds 1925 is de wettelijke pensioenleeftijd 65 jaar. Met een gemiddelde levensverwachting van 58 jaar, was men toen bij de pensionering statistisch al overleden. Onze levensverwachting is ondertussen al ruim 80 jaar, terwijl de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd amper 59 jaar bedraagt. Het ligt voor de hand dat ons loopbaanmodel onhoudbaar is geworden. Langere loopbanen zijn de sleutel voor zowel het vrijwaren van de sociale zekerheid als de competitiviteit van bedrijven. ( ……………. )
Wanneer ik lezingen geef over de vergrijzingsproblematiek is de eensgezindheid bij alle aanwezigen opvallend. Iedereen beseft dat een ander arbeidsmarktmodel noodzakelijk is, en dat langer werken daarbij cruciaal is. Iedereen, behalve de sociale partners blijkbaar. Zij gedragen zich zoals het orkest van de Titanic door te discussiëren over de lonen en verworvenheden van een beperkte groep werkenden, terwijl het schip aan het zinken is. ( …………. )

# voor full text zie De Standaard#

Op 22 januari 2013, zei Jerry Mager:

Gert Peersman heeft vanzelfsprekend en objectief gelijk. Alleen, waarom ons nu het mes op de keel zetten en de Titanic als een roestige oude koe uit de oceaan gevist? Straks krijgen we dit zelfde riedeltje over onze fossiele brandstoffen. Daarvan kan iedereen op zijn klompen aanvoelen dat die ooit op raken. We kunnen – als we dat tenminste werkelijk willen – berekenen hoe lang nog. Geen politieker die ervan gewaagt. Integendeel: nóg groter vliegtuigen bouwen, voor nonsens-doeleinden en flutvakanties. Langer werken, okay, mits niet elke job je door de strot wordt geduwd met die Titanic-dreiging in je nek. Dát is wat mij altijd dwars maakt: de meeste mensen zijn heus redelijk en tamelijk genereus is mijn ervaring, maar ga ons niet chanteren en koejoneren. Laat de politiekers nou eens werkelijk lange termijn visie ventileren. Ook als het op het eerste gezicht impopulaire ingrepen betekent! Waarom toch altijd eerst de nood (onnodig) aan de man laten komen!? En dan schijnheilig zeggen: eigen schuld!

Op 23 januari 2013 zei Jerry Mager:

Het gebruik van de Titanic door GP kan leerzaam zijn en niet louter als leuke metafoor fungeren, wanneer u bijvoorbeeld op de site van The London Review of Books koekeloert, in het recente review-essay van Thomas Laqueur (vrij toegankelijk): ‘Why name a ship after a defeated race?’ Veel, zo niet alle, dommigheden die keer op keer worden begaan en steeds herhaald, staan hier aanschouwelijk opgesomd. Denk bijvoorbeeld aan de Titanic-achtige Euro-zone-constructie. Kennis van goede literatuur (ook fictie!) en geschiedenis blijkt steeds opnieuw noodzaak! Peuter dat echter politiekers en andere neanderthalers (de uitzondering bevestigt altijd de regel) maar aan het garnalenverstand. De vergrijzing wordt ons nu liefst als een ‘tsunami’ (een onvoorziene natuurramp, net als ‘de’ financiële crisis en ‘de’ recessie) gepresenteerd. Ongelooflijk eigenlijk. Voor hoe dom ‘ze’ ons durven verslijten.

Op 24 januari 2013, zei Jerry Mager:

Frappant om te constateren dat het stuk van Peersman sterk in dezelfde geest geschreven is als het artikel van John Lanchaster (‘The shit we’re in’) in de London Review of Books van 03.01: we zitten in hetzelfde schuitje (i.e. de Titanic) en moeten allemaal inleveren. Richard Drayton legt in de LRB 24.01 opnieuw uit (hij is niet de eerste) dat Besparingen e.d. vooral dienen om de transfer van publieke diensten en goederen naar private ondernemingen te rechtvaardigen. Wij krijgen het mes op onze keel: het kan nu eenmaal niet anders, het is slikken of stikken. Dit proces is al 33 jaar aan de gang en wordt nu versneld: ‘The price of austerity will be a long-term decline in the standard of living of the majority of the population’ en resulteert in: ‘transferring wealth from the poor and middle classes to the richest.’ Zo bezien, aldus Drayton: ‘a powerful minority might consider this success rather than ‘failure’.’

Read Full Post »

Hendrik Vos in de Standaard van maandag 17 december 2012

De euro bestaat nog!(Maar de eurocrisis ook)

De euro zit al enkele maanden in rustiger vaarwater. Toch opletten met de euforie, zegt HENDRIK VOS, want de crisis houdt aan. Vooral de sociale ellende blijft groot. Het zal niet eenvoudig zijn om op een duurzame manier uit de narigheid te raken.

Het was een vrolijke week voor Europa. Europees president Herman Van Rompuy en Commissievoorzitter José Manuel Barroso haalden hun Nobelprijs op in Oslo, voor Griekenland werd vers geld vrijgemaakt en de ministers van Financiën vonden een akkoord over het bankentoezicht. De Europese leiders rondden de week af in opperbeste stemming. Voor het eerst sinds lang verliep een top over de euro niet in crisissfeer.

*   Zie de Standaard voor full text   *

Op 17 december 2012, zei Jerry Mager:

Een wapperend stuk van meneer Vos; hij fladdert alle kanten uit, behalve de goede. Curieus. Zeker wanneer je bijvoorbeeld Van Istendael net achter de kiezen hebt. Het enige wat de euro dobberende houdt, is het gewiekste op eigenbelang gebaseerde inzicht van de boys van Goldman Sachs en hun trawanten: dat ze de melkkoe – die wij met ons allen zijn – niet moeten slachten of laten verhongeren, want dan kunnen ze haar niet meer uitmelken. Dáárom houden Monti, Draghi en wie ze inmiddels erbij hebben gehuurd de brak vlottende. Met Berlusconi hebben ze vast een deal gesloten: jij speelt de boeman (pas op! als jullie niet naar Monti c.s. luisteren, dan komt Silvio terug ) en krijgt van ons strafvermindering of zelfs algehele absolutie. Intussen wordt er een armetierige cynische show opgevoerd waarvoor zelfs de Nobelprijs er met de haren bijgesleept wordt. Brrr … , wat een schlemielige slapstick, een doodsaaie draak, door overbetaalde, derderangs, schmierende, amechtige, amateurs opgevoerd.

Read Full Post »

door Stiene Deboer

In De Standaard van zaterdag 13 oktober 2012 laten Hendrik Vos en Bart Beirlant hun licht over dit “ heugelijke feit” schijnen. Het is en blijft verbazingwekkend hoe een discours dat eenmaal marcheert en regelmatig wordt ingehamerd door de media, op den duur bijna alle gate keepers en opinieleiders qualitate qua, doet meelopen en blijkbaar hun kritische faculteiten op sterk water zetten.
Jerry Mager belicht de dingen van een andere kant.

Hendrik Vos – Hoogleraar Europese studies (UGent) – schrijft:

Sinds gisteren levert ook de Europese Unie officieel een bijdrage tot de wereldvrede. Na Moeder Teresa, Nelson Mandela en Barack Obama trekt straks de Europese Unie naar Oslo om de medaille te ontvangen. Ze zullen daar een groot podium moeten voorzien, want protocollair gesproken staat Herman Van Rompuy weliswaar op één, maar de voorzitters van de Europese Commissie en het Parlement willen op dit historisch moment vast graag mee op de foto.

Misschien komt de Nobelprijs net daarom op een goed moment, als een soort wake-upcall. Het is geen slecht idee om eens in de verf te zetten dat Europese integratie begon als een verzoening tussen aartsvijanden. Dat het in essentie méér is dan een economisch project. Dat de ambitie ruimer moet zijn dan begrotingsdiscipline afdwingen, en dat stabiliteit ook vraagt om sociale gerechtigheid.

(ingekorte versie, zie De Standaard voor full text)

* * * * *

Op 14 oktober 2012, zei Jerry Mager hierop:
Toen het project Europa op de rol werd gezet, waren de omstandigheden totaal verschillend dan ze nu zijn. Tegenwoordig maken ongrijpbare maar machtige financiële markten en invloedrijke anonieme rating agencies de dienst uit. Daarom kun je vandaag de dag niet serieus stellen dat Europa méér is dan een economisch project. Dat is anachronistisch om niet te zeggen: totaal wereldvreemd. Europa is niets ánders dan een economisch project. Dat krijgen we ieder uur ingewreven, en zoals het er nu aan toe gaat is het een flop en een farce. Democratie wordt meer en meer tot nominale schaamlap: de meeste burgers willen geen eurozone in de huidige vorm, maar het wordt ons aangesmeerd op dezelfde manier als de rommelhypotheken werden verkocht. Ik begrijp best dat die Noren en Zweden dolblij zijn dat ze buiten de eurozone zijn gebleven, en ik gun ze hun onbekommerde vrijheid van harte, maar om ons dat op deze wijze in te wrijven vind ik zacht gezegd wrang, zelfs ongepast.

# # # # #

Bart Beirlant – redacteur De Standaard – schrijft:

Het nieuws dat de Nobelprijs voor de Vrede dit jaar naar de EU gaat, lokte snel cynische tweets en reacties op. Samengevat kwamen ze hierop neer: ‘Hadden ze daar in Noorwegen echt niemand anders meer om hun prijs aan te geven?’
De toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede mag dan al oververdiend zijn, ze onderstreept tegelijkertijd hoe existentieel de crisis is waarin de EU zich bevindt. Het is omdat de patiënt zwaar ziek is, dat hij vanuit Noorwegen een injectie van sympathie en bemoediging krijgt. ‘Dit is een boodschap aan Europa, opdat het er alles aan zou doen wat in zijn macht ligt om zijn realisaties te behouden en vooruit te gaan’, verklaarde het Nobelprijscomité in zijn toelichting.
Jean Monnet, een van de oprichters van het Europese project, verklaarde ooit dat crisissen de beste impuls waren om de eenmaking vooruit te stuwen. Dat wordt niet makkelijk nu steeds meer staats- en regeringsleiders ervan overtuigd lijken te zijn dat ze de nationale belangen van hun land beter kunnen dienen ten koste van Europa, in plaats van via een sterkere unie.

(ingekorte versie – Zie De Standaard voor de full text)

* * * * *

Op 14 oktober 2012, zei Jerry Mager hierop:

Ja ja, zeker: ‘Dit is een boodschap aan Europa, opdat het er alles aan zou doen wat in zijn macht ligt om zijn realisaties te behouden en vooruit te gaan’, verklaarde het Nobelprijscomité in zijn toelichting.’ Dit doet me denken aan de woorden van het Orakel van Delphi op de vraag van koning Croesus wat er zou gebeuren wanneer hij Perzië aanviel. De Pythia antwoordde dat hij dan een groot rijk zou vernietigen. Croesus viel aan en hij werd verpletterd. De profetie kwam uit.
Jean Monnet zou destijds bij een unie niet eerst aan geld, dan aan geld en vervolgens aan geld gedacht hebben, vermoed ik zo. Nu gaat het om een giga-monetaire operatie, die ons wordt verkocht als een ideeël project. Dat marcheerde dus van aanvang aan niet en gaat nooit marcheren ook.
Laat ons de woorden van dit orakel daarom correct interpreteren en ‘reculeren’ nu we nog de kracht hebben om daarna ‘mieux’ te ‘sauteren.’ Als we eenmaal zijn leeggebloed en gedemoraliseerd, dan zijn de rapen pas echt gaar.

Read Full Post »

Steven Van Hecke in de Standaard van zondag 05 augustus 2012, 23h53

De zomer is nog maar pas halfweg, maar nu al is duidelijk op financieel-economisch vlak althans hitterecords gebroken zijn. De europatiënt is koortsig en moet genezen worden, maar daarnaast moet hij ook anders gaan leven.

Augustus is nog maar begonnen – de maand waarin de EU-instellingen de deuren echt sluiten – maar het is sowieso al een hete zomer voor de eurozone. Want ook de veilige landen blijken niet onkwetsbaar. Duitsland, Nederland en Luxemburg hebben een negatieve outlook van hun rating aan hun been. Alleen Finland handhaaft zijn AAA-status.
Intussen blijven de noordelijke landen de zuidelijke landen wantrouwen, zoals Paul De Grauwe terecht opmerkt (DS 28 juli). Zo roeren Merkels coalitiepartners – het Beierse CSU en het liberale FDP – ongegeneerd de trom van het euroscepticisme.
………..  ……….  ……….  ………..
Lees het volledige artikel in De Standaard 

Reacties

Op 06 augustus 2012, zei Jerry Mager:

Een opsteker, gelukkig! Met al deze miserie en narigheid in en over Europa – gisteravond kreeg Jan Leyers ook nog ereis panne in ZG met zijn gaste die een migraineaanval kreeg – kunnen we ons tenminste verheugen in de prijs van Paul Claes voor zijn studie over “The Waste Land” (lees: Euroland; jm). Ik heb elders en eerder (zie artikeltje van Anni van Landeghem over Zomergasten) al beweerd dat Paul Claes een uitmuntende ZomerGast zou zijn evenals menige ander Vlaming. Goed dat die Amerikaanse jury mij steunt in mijn opvatting en streven.

Op 06 augustus 2012, zei Jerry Mager:

Hear hear! Steven van Hecke:“Het wordt hoog tijd dat er definitief werk wordt gemaakt van de politiek-morele agenda van deze crisis. Het heeft immers weinig zin de patiënt verschillende keren te redden, als hij telkens opnieuw in zijn oude, slechte gewoonten hervalt. De recente schandalen in de Britse bankwereld bevestigen dat de oude zeden terug zijn.” Vooral wat betreft die moreel-politieke agenda treed ik u bij! Ik mag u allen verwijzen naar een stuk van David Runciman in de London Review of Books (lrb.co.uk/v34/n11/david-runciman/confusion-is-power; helaas alleen voor abonnees en andere bevoorrechten integraal te lezen) van 7 juni. Mede omdat ik in de reacties hieronder veel lees over Euroscepsis en “elite-moeheid” Ik vind ook dat u (= SVH) de discussie Europositief framet, maar dat het project Europa in de een of andere vorm door zal gaan, zijn zowel David Runciman als ik het met u eens.

Ik ben ook vóór Europa, maar niet op deze manier, want dit geklungel en gestuntel maakt ons allen steeds rabiater tégen Europa. Runciman is niet erg optimistisch over ons politiek establishment; ik citeer uit het LRoB-artikel: “The EU is not going to go away, even if the euro collapses. We will still be part of a complex international arrangement that we lack the power to control. Reasserting our independence won’t clarify or simplify those arrangements, it won’t make our politicians better able or more confident about standing up to finance capital, it won’t give them more chances to interfere with concentrations of wealth and power. It will simply make them, and us, feel better about our relative impotence.“

Runciman doceert in Cambridge en is momenteel bezig met een boek te schrijven over de geschiedenis van democratieën in crisis. Wat hij in dit artikel over de Britse democratie zegt, kan wat mij aangaat voor 99,9% van toepassing worden verklaard op de meeste Europese landen. Tot slot nog een citaat van David Runciman: ” The more convincing story is that globalisation is a cover story for indecision and fear. It does not drive the concentration of power and wealth according to rational measures of market forces but it sows enough confusion and uncertainty to make decisive action look like too much trouble. Politicians who suspect that they don’t know what they are doing are reluctant to do anything that might confirm it.”

Op 06 augustus 2012, zei Jerry Mager:

Het “Nil volentibus …” deed me denken over een devies voor meneer Van Rompuy. Mij dunkt dat: “Per aspera ad astra” voor Herman van Rompuy vandaag de dag het mooiste devies moet zijn. In ieder opzicht en figuurlijk zowel als letterlijk, denk maar aan die sterretjes in de blauwe EU-vlag. Hoe zet u dit in een hai-ku Herman? Als u dat lukt dan hebt u Europa voor meer dan de helft alvast gered, durf ik te wedden.

Read Full Post »

“O dark dark dark. They all go into the dark,
The vacant interstellar spaces, the vacant into the vacant,
The captains, merchant bankers, eminent men of letters,
The generous patrons of art, the statesmen and the rulers,
Distinguished civil servants, chairmen of many committees,
Industrial lords and petty contractors, all go into the dark,
And dark the Sun and Moon, and the Almanach de Gotha
And the Stock Exchange Gazette, the Directory of Directors,
And cold the sense and lost the motive of action.”
T.S. Eliot, in: Four Quartets

Niks onafhankelijk onderzoek (over LIBOR & Barclay)
door Joris Luyendijk in De Standaard van vrijdag 06 juli 2012

* ingekort zie de Standaard voor de volledige versie *

Naar aanleiding van het Libor-schandaal komt er een parlementair onderzoek naar de praktijk en cultuur van de financiële sector in Londen en dat zal niks opleveren.
Zo. Dat was een boude bewering en ze klopt natuurlijk niet. Zo’n onderzoek gaat van alles opleveren. We zullen horen over beurshandelaren die met elkaar de belangrijkste rentevoet ter wereld manipuleerden. Misschien komen we meer te weten over banken die de controle over hun IT kwijt zijn, en over bankiers die consumenten, ondernemingen en instellingen polissen of producten aanpraten waar alleen hun bank rijker van wordt.

Het probleem zit ‘m in het woord ‘parlementair’. Nodig is een onafhankelijk onderzoek, waarbij politici niet de vragen stellen, maar ze beantwoorden. Afgelopen zaterdag stond er een interview in The Financial Times met Tony Blair. Min of meer terloops werd vermeld dat de oud premier als ‘speciaal adviseur’ is verbonden aan de grootste bank in het Westen, JP Morgan Chase. Het is een parttimefunctie waarvoor Blair volgens The Financial Times per jaar 2,5 miljoen pond ontvangt.
Leest u die zin nog een keer: de oud-premier van Groot-Brittannië krijgt van de machtigste bank ter wereld voor ‘advieswerk’ in één jaar meer geld dan hij in een decennium verdiende als premier. Zulke ‘levens-veranderende beloningen’ staan de machtigste politici te wachten nadat ze zich terugtrekken uit de actieve politiek. Mits…
Ja, mits wat? Dat zou je wel willen weten. Zoals je ook benieuwd bent naar de aard van dat ‘advieswerk’. Doet Blair een beroep op contacten die hij tijdens zijn premierschap aan zich heeft verplicht? Heeft hij destijds iets voor dat contact geregeld, en komt hij nu namens JP Morgan Chase een tegendienst ‘halen’? Wat zijn de quids en wat zijn de quo’s, en minstens zo interessant: wat doet Blair allemaal niet als ‘speciaal adviseur’? Kan hij zich bijvoorbeeld nog sterk maken voor het opbreken van banken die Te Groot Om Te Redden zijn (Too Big to Rescue) zoals… JP Morgan Chase? We weten het niet, en we zullen het ook niet weten, want Blair wil het niet vertellen.
….. …… …..
De Labourpartij maakt zich in ieder geval sterk voor een onafhankelijk onderzoek, naar eigen zeggen om ‘het vertrouwen van het publiek in de financiële sector te herstellen’. Mocht zo’n onderzoek er echt komen, en net zo grondig blijken als het nu lopende onderzoek naar de verstrengeling van politici met het media-imperium van de familie Murdoch, dan zal dat vertrouwen eerder dalen dan stijgen. Het is namelijk waarschijnlijk allemaal nog veel erger gesteld met de financiële wereld dan veel mensen denken.
….. …. …

Commentaren (zie de Standaard voor meer)

The universal regard for money is the one hopeful fact in our civilization, the one sound spot in our social conscience. Money is the most important thing in the world. It represents health, strength, honor, generosity and beauty as conspicuously and undeniably as the want of it represents illness, weakness, disgrace, meanness and ugliness. It is only when it is cheapened to worthlessness for some, and made impossibly dear to others, that it becomes a curse.
In short, it is a curse only in such foolish social conditions that life itself is a curse.
For the two things are inseparable: money is the counter that enables life to be distributed socially: it is life as truly as sovereigns and bank notes are money.
George Bernard Shaw (1905) in: Major Barbara (the preface)

Op 06 juli 2012, zei Jerry Mager:

In ‘The Puppet and the Dwarf’ formuleert Slavoj Zizek volgens mij nauwkeurig en treffend wat ook Luyendijk hier te berde brengt over geloven – en intussen vele, vele, anderen met Luyendijk (impliciet) menen als het om vertrouwen en geloven gaat: ‘[A]uthentic philosophers are not interested in analyzing the hypocrisy of the dominant system, which is widespread and easily identifiable; what surprises them is the exact opposite – not that people do not ‘really believe,’ and act upon their professed principles, but that people who profess their cynical distance and radical pragmatic opportunism secretly believe more than they are willing to admit, even if they transpose these beliefs onto (nonexistent) ‘others” . U kunt googlen op: Zizek; puppet and dwarf; belief, etc., of bijvoorbeeld rechtstreeks naar de site: art3idea.psu.edu/locus/Puppet_Dwarf.pdf Van Zizek staan veel teksten op internet.

Op 06 juli 2012 omstreeks 04:33, zei Gert V., Leuven:

Wij zijn strandjeanetten dat wij ons laten kloten en verarmen door die cynische financiële loser boys. Inderdaad, zoals het artikel stelt, is het in de financiele wereld nog veel erger gesteld dan velen nu weten. Domheid cultiveert neoliberalisme en markttotalitarisme… want ‘het is nu eenmaal zo in de economie’… klinkt als een religie, nietwaar. Laat ons stoppen met het aanbidden van de neoliberale, elitaire waanzin van NVA-VOKA-VB, en opnieuw naar de belangen ons van gewone mensen kijken. Moeilijk is dat niet, hoor

Op 06 juli 2012 omstreeks 15:19, zei Alex Verlinden, Grobbendonk:

Op het eerste zicht lijken de feiten Gert V. gelijk te geven. Reeds sinds zeer lang herinner ik mij zijn interventies op dit forum. Dat zou kunnen geïnterpreteerd worden als blootstelling aan “neoliberalisme en markttotalitarisme”. En ondanks het feit dat hij opereert uit Leuven, een stad die met o.a. een Universiteit – trouwens mijn Alma Mater – het denken zou moeten aanmoedigen, lijkt datzelfde knopje “nadenken” bij hem al een tijdje uitgeschakeld. Dat wordt inderdaad in de vaklitteratuur dikwijls gelijkgesteld aan “domheid”. Een bewijs dus van zijn eigen stelling. Het probleem met die redenering zit ‘m echter in de oorspronkelijke veronderstellingen. Een maatschappij met meer dan 50% Overheid is niet “(neo)liberaal”, maar is etatistisch, waar de Overheid op vele mogelijke en onmogelijke manieren ingrijpt in het Marktmechanisme, met dikwijls negatieve gevolgen voor de gebruikers. Geen bewijs dus, en dat is gunstig voor hem!… Tenzij hijzelf dat knopje heeft uitgezet

Op 07 juli 2012 omstreeks 13:31, zei Jerry Mager:

@ Alex Verlinden, U kunt gelijk hebben en toch ook weer niet. Zonder aan haarkloverij of sofistiek te willen doen: wat is “ de markt” en wat hoort er bij en wat niet. Evenzo voor “de Overheid” ? In Nederland weet niemand dat meer, al was het alleen omdat er inmiddels een zogenaamd Maatschappelijk MiddenVeld is geschapen dat als politiek-bestuurlijk moeras fungeert. In dat MMV wisselen bestuurder/managers naar believen van pet: gaat het om winst dan zijn ze entrepreneurs en staan vooraan om te cashen, gaat het mis dan schieten ze onder de beschermende paraplu van de Staat en schuiven de verliezen van hun geklungel af op de belastingbetaler; rekening Rijk, zeiden we vroeger in militaire dienst. Vooral als het om hun wedden en emolumenten gaat. Ik ben helemaal niet tegen marktwerking, maar dan wel een échte. Net zo min ben ik tegen Europa – hoe zou dat nog kunnen!? – maar dan wel een deugdelijk geconstrueerd Europa, met kundige en betrouwbare stuurlui aan het roer en achter de knoppen.

Op 07 juli 2012 omstreeks 14:08, zei Jerry Mager:

Toen ik de passage van Slavoj Zizek uit ‘The P&D’ in het boek (MIT, 2003, ISBN 0-262-74025-7, p.8 ) nasloeg (zie 6 juli), kwam ik op een andere treffende observatie van SZ, op p.96. Het draait om geld en vertrouwen, waar het ook bij Joris L. om gaat. SZ schrijft (ik vertaal en parafraseer, jm): Op de hedendaagse markt vinden we tal van producten die zijn ontdaan van hun kwaadaardige/maligne eigenschappen: koffie zonder cafeïne, room zonder vet, bier zonder alcohol …. En de lijst gaat verder: wat te denken van virtuele sex als sex zonder sex, of oorlog zonder slachtoffers (aan onze kant tenminste) … En dan komt het, wat te denken van: “the contemporary redefinition of politics as the art of expert administration as politics without politics.” [zie hierover ook Sheldon Wolin: ‘Democracy Incorporated’].

We krijgen een virtuele werkelijkheid voorgeschoteld: “reality itself deprived of its substance … Virtual Reality is experienced as reality without being so. ..….. Everything is permitted, you can enjoy everything but [‘but’ staat cursief in de tekst; jm] deprived of its substance, which makes it dangerous.” (Dit laatste stuk vind ik ambigu: wàt wordt er gevaarlijk?).
Ik trek de redenering door naar bankieren zonder geld – het gaat intussen om niet te bevatten grote getallen, in feite gaat het om monopoly geld – maar bankieren als zwaar spelen met vertrouwen. Net als politiek bedrijven, komt bankieren per saldo neer op het omgaan met vertrouwen: vertrouwen van het publiek, van de klant en van de kiezer.

Als dat vertrouwen erodeert, wegvalt, blijft er niets meer over van wat er op voorhand al niet meer was (sic!) en dat maakt het gevaarlijk. Ik geloof niet dat er veel politiekers en/of bankiers zijn die reflecteren op de diepere achtergronden van hun handelen en denken. Daarom slingeren we als op een stuurloze bark op de golven van deze turbulente tijden. Zizek vind ik inspirerende kost, omdat hij vele dingen die wij eigenlijk zelf al weten, net even anders presenteert, in een net iets ander licht plaatst en daarbij uit alle vormen van cultuuruitingen (vooral films en literatuur) put.

LEZEN & LINKS

Het citaat van T.S. Eliot aan het begin, staat als motto voorin de biografie over Tony Blair van de Olleviers.
Bernard Ollevier & Ivan Ollevier (2004): De man die nergens vandaan kwam: Tony Blair en New Labour – Amsterdam/Antwerpen: Contact, ISBN: 9789045010601 (paper: 9789045010601)

Citaat George Bernard Shaw (1905) komt uit het voorwoord van Major Barbara
De tekst van Major Barbara staat o.a. op http://www.gutenberg.org/files/3789/3789-h/3789-h.htm

Galbraith, James K. (2008): The Predator State How Conservatives Abandoned the Free Market and Why Liberals Should Too – 221 pages / New York, London, Toronto, Sydney: Free Press, zie http://www.nytimes.com/2008/09/27/arts/27iht-IDSIDE27.1.16502204.html & http://predatorstate.com/

Wolin, Sheldon S. (2008): Democracy Incorporated: Managed Democracy and the Specter of Inverted Totalitarianism / Princeton/ ISBN13: 978 069 113 5663
376 pp.

Žižek, Slavoj (2003): The Puppet and the Dwarf. The Perverse Core of Christianity
MIT Press, 2003; ISBN 0-262-74025-7 (paperback) – Review o.a. op http://metapsychology.mentalhelp.net/poc/view_doc.php?type=book&id=2038&cn=395

over ‘LIBOR’

Waar staat LIBOR (= London Interbank Offered Rate) voor?, zie http://nl.global-rates.com/rentestanden/libor/libor.aspx

Over het LIBOR-schandaal, onder andere de Financial Times, zie http://www.ft.com/indepth/libor-scandal

BBC – Timeline: Barclays’ widening Libor-fixing scandal, zie http://www.bbc.co.uk/news/business-18671255

Read Full Post »